Beginpagina Hoofdstuk 10. Aanvullende regelingen
De partners van deze website verlenen juridische en zakelijke diensten aan zowel Nederlandse als Internationale ondernemingen. Business Legal Consultancy vormt een marketing- en communicatieverlengstuk van de partners voor het verlenen van juridisch en zakelijk advies alsmede bijstand aan nationaal en internationaal opererende bedrijven.

Hoofdstuk 10. Aanvullende regelingen

Hoofdstuk 10. Aanvullende regelingen

Afdeling 10.1. Indexering

Artikel 10.1. Inflatiecorrectie

Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 2.10, 2.10a, 3.15, eerste lid, 3.41, 3.42, 3.42a, 3.47, 3.68, 3.76, 3.77, 3.87, 3.118, 3.125, 3.126a, 3.127, 3.129, 3.133, 5.3, 5.5, 5.6, 5.10, 5.13, 5.16, 6.17, derde lid, 6.20, 6.29, 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, alsmede het derde lid, 8.14a, 8.15, 8.16, 8.16a, 8.17, 8.18, 8.18a, 9.4 en 10.7 vermelde bedragen en de in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdelen b en c, en artikel 8.12, zevende lid, laatstvermelde bedragen bij ministeriлle regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.

Artikel 10.2. De tabelcorrectiefactor

1. De tabelcorrectiefactor is de verhouding van het gemiddelde van de prijsindexcijfers van de achttiende tot en met de zevende aan het kalenderjaar voorafgaande maand, tot het gemiddelde van de prijsindexcijfers van de dertigste tot en met de negentiende aan het kalenderjaar voorafgaande maand.

2. De prijsindexcijfers zijn de cijfers uit de В«Consumentenprijsindex Alle Huishoudens, afgeleidВ» van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De gemiddelde prijsindexcijfers worden berekend uit de prijsindexcijfers vermeld in het nummer van het Statistisch Bulletin, waarin het indexcijfer van de zevende respectievelijk negentiende aan het kalenderjaar voorafgaande maand voor het eerst, al dan niet voorlopig, wordt gepubliceerd.

3. Indien de basis voor de prijsindexcijfers wijzigt, wordt bij ministeriлle regeling aangegeven op welke wijze wordt overgegaan op de nieuwe reeks prijsindexcijfers.

Artikel 10.3. Bijstelling eigenwoningforfait

1. Bij het begin van het kalenderjaar worden de hierna aangeduide percentages en bedragen, vermeld in artikel 3.19, tweede lid, en artikel 3.112, eerste en vijfde lid, bij ministeriлle regeling vervangen door andere percentages en andere bedragen. Het betreft met betrekking tot artikel 3.19, tweede lid: het laatste bedrag van de eerste kolom, het laatste bedrag van de tweede kolom, de twee bedragen in de derde kolom en de eerste vijf percentages in de derde kolom. Het betreft met betrekking tot artikel 3.112, eerste lid: het laatste bedrag van de eerste kolom, het laatste bedrag van de tweede kolom, de twee bedragen in de derde kolom en de eerste vier percentages in de derde kolom. Het betreft met betrekking tot artikel 3.112, vijfde lid: het percentage in de eerste volzin en de bedragen in de tweede volzin.

2. Het laatstvermelde bedrag in de eerste, tweede en derde kolom in artikel 3.19, tweede lid, en in artikel 3.112, eerste lid, en het in artikel 3.112, vijfde lid, tweede volzin, als eerste en als laatste vermelde bedrag, worden berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2.

3. Het in de derde kolom in artikel 3.19, tweede lid, als vijfde vermelde percentage en het in de derde kolom in artikel 3.112, eerste lid, als vierde vermelde percentage worden berekend door het te vervangen percentage te vermenigvuldigen met het product van de factor ih en de factor iw.

4. Onder de factor ih wordt verstaan: de verhouding van het indexcijfer van de woninghuren over juli van het voorafgaande kalenderjaar tot dat indexcijfer over juli van het tweede voorafgaande kalenderjaar.

5. Onder de factor iw wordt verstaan: de verhouding van het gemiddelde van de eigenwoningwaarden die betrekking hebben op het voorafgaande kalenderjaar en het gemiddelde van die waarden die betrekking hebben op het kalenderjaar.

6. De in artikel 3.112, eerste lid, derde kolom, eerstvermelde drie percentages worden achtereenvolgens berekend door het volgens het derde lid berekende, als vierde vermelde percentage in artikel 3.112, eerste lid, derde kolom, te vermenigvuldigen met 0,4, 0,6 en 0,8.

7. Het in artikel 3.112, vijfde lid, eerste volzin, vermelde percentage wordt berekend door het volgens het derde lid berekende, als vierde vermelde percentage in artikel 3.112, eerste lid, derde kolom, te vermenigvuldigen met 10/6.

8. De in de derde kolom in artikel 3.19, tweede lid, eerstvermelde vier percentages worden achtereenvolgens berekend door respectievelijk nihil en de volgens het zesde lid berekende drie percentages van artikel 3.112, eerste lid, derde kolom, te vermeerderen met het volgens artikel 10.4, tweede lid, berekende percentage.

9. Het in de derde kolom van artikel 3.19, tweede lid, eerstvermelde bedrag wordt berekend door het volgens het tweede lid berekende laatstvermelde bedrag in de eerste kolom van artikel 3.19, tweede lid, te vermenigvuldigen met het volgens het derde lid berekende, als vijfde vermelde percentage in de derde kolom van artikel 3.19, tweede lid. Het in de derde kolom van artikel 3.112, eerste lid, eerstvermelde bedrag wordt berekend door het volgens het tweede lid berekende laatstvermelde bedrag in de eerste kolom van artikel 3.112, eerste lid, te vermenigvuldigen met het volgens het derde lid berekende, als vierde vermelde percentage in de derde kolom van artikel 3.112, tweede lid. Het in artikel 3.112, vijfde lid, tweede volzin, als tweede vermelde bedrag wordt berekend door het volgens het tweede lid berekende eerstvermelde bedrag van artikel 3.112, vijfde lid, tweede volzin, te vermenigvuldigen met het volgens het zevende lid berekende percentage van artikel 3.112, vijfde lid, eerste volzin.

Artikel 10.3a. Geleidelijke verhoging tot en met 2016 van het percentage eigenwoningforfait bij de laatste schijf

1. Bij het begin van de kalenderjaren 2010 tot en met 2016 worden de in het tweede lid bedoelde percentages bij ministeriлle regeling vervangen door andere percentages. Deze percentages worden berekend zoals bepaald is in het tweede lid.

2. Op de wijze zoals in het eerste lid is bepaald, wordt:

a. het in artikel 3.19, tweede lid, als laatste vermelde percentage in de derde kolom verhoogd met 0,15%-punt;

b. het in artikel 3.112, eerste lid, als laatste vermelde percentage in de derde kolom verhoogd met 0,2571%-punt;

c. het in artikel 3.112, vijfde lid, tweede volzin, vermelde percentage verhoogd met 0,1929%-punt.

3. Bij de toepassing van het tweede lid wordt op de verhoogde percentages de nodig geachte afronding aangebracht. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, wordt bij de vervanging uitgegaan van het niet-afgeronde percentage.

Artikel 10.4. Bijstelling uitgaven voor een monumentenpand

1. Bij het begin van het kalenderjaar wordt het percentage in artikel 6.31, eerste lid, onderdeel a, bij ministeriлle regeling vervangen door een ander percentage.

2. Het percentage vermeld in artikel 6.31, eerste lid, onderdeel a, wordt berekend door het te vervangen percentage te vermenigvuldigen met het product van de factor ih en de factor iw, bedoeld in artikel 10.3, vierde en vijfde lid.

Artikel 10.5. Afronding en definitie indexcijfer van de woninghuren

1. Bij de berekeningen volgens de artikelen 10.3 en 10.4 worden de percentages naar beneden afgerond tot op vijfhonderdste nauwkeurig. Bij de berekening volgens artikel 10.3, tweede lid, worden de bedragen naar beneden afgerond op een veelvoud van 10 000.

2. Onder indexcijfer van de woninghuren in artikel 10.3 wordt verstaan het gemiddelde van de consumentenprijsindexcijfers voor alle huishoudens voor de woninghuur, vermeld in het nummer van de Maandstatistiek van de prijzen, uitgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarin het indexcijfer voor de maand juli voor het eerst, al dan niet voorlopig, wordt gepubliceerd.

3. Indien de basis voor de in het tweede lid genoemde prijsindexcijfers wordt verlegd, worden bij ministeriлle regeling regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt overgegaan van de oude op de nieuwe reeks prijsindexcijfers.

Artikel 10.6. Indexering vrijstelling kamerverhuur

1. Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in de artikelen 3.97 en 3.114 vermelde bedrag bij ministeriлle regeling vervangen door een ander. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de verhouding van het indexcijfer van de woninghuren over juli van het voorafgaande kalenderjaar tot dat indexcijfer over juli van het tweede voorafgaande kalenderjaar, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen.

2. Artikel 10.1, laatste volzin, en artikel 10.5, tweede en derde lid, zijn ook hier van toepassing.

Artikel 10.6a. Jaarlijkse verlaging percentage in regeling gecombineerde heffingskorting bij minstverdienende partner

Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in artikel 8.9, eerste lid, vermelde percentage bij ministeriлle regeling vervangen door een ander percentage. Dit percentage wordt berekend door het te vervangen percentage te verlagen met 6 2/3%-punt.

Artikel 10.7. Indexering inkomensgrenzen arbeidskorting en doorwerkbonus en indexering percentages arbeidskorting

1. Bij het begin van het kalenderjaar worden de in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdelen a en b, en derde lid, vermelde percentages en de in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdelen b en c, eerstvermelde bedragen, het in artikel 8.11, tweede lid, derde volzin, vermelde bedrag, het in artikel 8.12, eerste lid, onderdeel b, vermelde bedrag en het in artikel 8.12, zevende lid, eerstvermelde bedrag bij ministeriлle regeling vervangen door andere percentages en andere bedragen.

2. Het percentage in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, wordt berekend door het in dat onderdeel genoemde bedrag na toepassing van artikel 10.1 te delen door het volgens het vierde lid berekende bedrag.

3. Het percentage in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, wordt berekend door het verschil van het in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, laatstvermelde bedrag en het in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, genoemde bedrag, na toepassing van artikel 10.1 te delen door het verschil van:

a. 108% van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet en 717, en

b. het volgens het vierde lid berekende bedrag.

4. Het in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, eerstvermelde bedrag, het in artikel 8.12, eerste lid, onderdeel b, vermelde bedrag en het in artikel 8.12, zevende lid, eerstvermelde bedrag wordt gesteld op 50% van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.

5. Het eerstvermelde bedrag in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdeel c, en het bedrag in artikel 8.11, tweede lid, derde volzin, worden gesteld op 108% van 225% van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.

6. Het percentage in artikel 8.11, derde lid, onderdeel a, respectievelijk onderdelen b en c, wordt berekend door het verschil van het in dat onderdeel a, respectievelijk de onderdelen b en c, genoemde bedrag en het in dat artikel, tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, genoemde bedrag, na toepassing van artikel 10.1 te delen door het verschil van

a. 108% van het twaalfvoud van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag, verminderd met het werknemersaandeel in de premie bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet en 717, en

b. het volgens het vierde lid berekende bedrag.

7. Indien op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt voor de toepassing van het derde, vierde en vijfde lid het percentage in aanmerking genomen dat wordt vastgesteld krachtens artikel 9, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet.

8. De volgens het tweede, derde en zesde lid berekende percentages worden rekenkundig afgerond op drie decimalen.

Artikel 10.7a. Bijstelling CO2-uitstootgrenzen privйgebruik auto

1. Na afloop van iedere periode van vier kalenderjaren, uitgaande van 2009 als eerste kalenderjaar, worden de in artikel 3.20, tweede en derde lid, vermelde CO2-uitstootgrenzen bij ministeriлle regeling vervangen door andere. De CO2-uitstootgrenzen worden berekend door de te vervangen CO2-uitstootgrenzen te vermenigvuldigen met de CO2-uitstootcorrectiefactor, en vervolgens een rekenkundige afronding op hele grammen aan te brengen. Indien bij de voorafgaande vervanging een dergelijke afronding is toegepast, wordt bij vervanging uitgegaan van de niet-afgeronde CO2-uitstootgrenzen.

2. Voor auto die worden aangedreven door een motor met compressieontsteking is de CO2-uitstootcorrectiefactor de verhouding van de gemiddelde CO2-uitstoot voor auto met diesel als brandstof zoals vastgesteld door de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, en in de Staatscourant bekendgemaakt in het laatste kalenderjaar van de in het eerste lid bedoelde periode tot die gemiddelde CO2-uitstoot zoals vastgesteld door die dienst en in de Staatscourant bekendgemaakt in het aan die periode voorafgaande kalenderjaar.

3. Voor auto die niet worden aangedreven door een motor met compressieontsteking is de CO2-uitstootcorrectiefactor de verhouding van de gemiddelde CO2-uitstoot voor auto met benzine als brandstof zoals vastgesteld door de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, en in de Staatscourant bekendgemaakt in het laatste kalenderjaar van de in het eerste lid bedoelde periode tot die gemiddelde CO2-uitstoot zoals vastgesteld door die dienst en in de Staatscourant bekendgemaakt in het aan die periode voorafgaande kalenderjaar.

Afdeling 10.2. Overige aanvullende regelingen

Artikel 10.8. Verstrekken van gegevens en inlichtingen

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden administratieplichtigen aangewezen die gehouden zijn aan de verplichtingen ingevolge artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen te voldoen met betrekking tot het verstrekken van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens en inlichtingen waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de belastingheffing over inkomen uit werk en woning, het voordeel uit sparen en beleggen en voor de bepaling van de hoogte van de persoonsgebonden aftrekposten.

2. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de Staten-Generaal.

Artikel 10.9. Rechtspersonen met natuurschoonwet-landgoederen

1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld volgens welke voor de heffing van de inkomstenbelasting de werkzaamheden, rechten en verplichtingen van een rechtspersoon als bedoeld in het tweede lid, worden beschouwd als werkzaamheden, rechten en verplichtingen van haar gezamenlijke aandeelhouders.

2. Een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, is een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarvan de bezittingen uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit ingevolge de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoederen en waarvan de werkzaamheden uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit de instandhouding van die landgoederen.

Artikel 10.10. Activa in de Nederlandse Antillen of Aruba

1. De artikelen 3.40 tot en met 3.47, artikel 3.51, eerste lid, en artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, zijn in afwijking van artikel 3.45, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, en derde lid, onderdeel b, van overeenkomstige toepassing op investeringen in bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in de Nederlandse Antillen of Aruba, met dien verstande dat de tabel die is opgenomen in artikel 3.41, tweede lid, afzonderlijk wordt toegepast op deze investeringen.

2. Als projecten als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, worden mede aangemerkt projecten of categorieлn van projecten, die zijn gelegen op de Nederlandse Antillen of Aruba ter zake waarvan door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met Onze Minister en na overleg met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, schriftelijk is verklaard onder door hem te stellen voorwaarden met betrekking tot de controle ter zake van de omstandigheid, dat die projecten of categorieлn van projecten in het belang dienen te zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos. Een schriftelijke verklaring wordt niet afgegeven op aanvragen voor een project dat voor 1 januari 1998 voldeed aan een van de projectomschrijvingen van de krachtens artikel 5.14, derde lid, gestelde bepalingen of waarvoor voor die datum een begin met de uitvoering van de bijbehorende fysieke werkzaamheden is gemaakt. Een verklaring kan worden ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld ter zake van de controle.

3. Bij ministeriлle regeling kunnen nadere voorwaarden worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. Daarbij zal de controle op de naleving van de gestelde voorwaarden worden opgedragen aan Nederlandse ambtenaren.

4. Voor de berekening van de voorkoming van dubbele belasting bedoeld in artikel 24 van de Belastingregeling voor het Koninkrijk wordt de winst die is toe te rekenen aan de vaste inrichting die gelegen is in de Nederlandse Antillen of Aruba berekend zonder inachtneming van het eerste lid.

Zakendoen met Rusland, Oekraine & Oost-Europa, Juridisch en Zakkelijk Advies
Adres:
Hogehilweg 19
1101 CB Amsterdam
The Netherlands
Tel:
+31 (0) 203 697 652
Fax:
+31 (0) 453 700 324
Top