Beginpagina Hoofdstuk 12. Diplomaten
De partners van deze website verlenen juridische en zakelijke diensten aan zowel Nederlandse als Internationale ondernemingen. Business Legal Consultancy vormt een marketing- en communicatieverlengstuk van de partners voor het verlenen van juridisch en zakelijk advies alsmede bijstand aan nationaal en internationaal opererende bedrijven.

Hoofdstuk 12. Diplomaten

Hoofdstuk 12. Diplomaten

§1. Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de verblijfsstatus van vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten of hebben verricht voor een diplomatieke zending of consulaire post, hun afhankelijke gezinsleden en hun personeel behandeld, alsmede de verblijfsstatus van vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten of hebben verricht voor een internationale organisatie en hun gezinsleden.

§2. Personeel van ambassades en consulaten, alsmede de gezinsleden

Sinds 1 augustus 1987 wordt onderscheid gemaakt tussen duurzaam en niet-duurzaam verblijvend personeel.

2.1. Niet-duurzaam verblijvend personeel

2.1.1. Algemeen

Niet-duurzaam verblijvend personeel bezit een bijzondere status op grond van het Diplomatenverdrag en het Consulaire verdrag. Op dit personeel alsmede op hun afhankelijke gezinsleden en particuliere bedienden zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing. Zij zijn in het algemeen niet onderworpen aan de verplichtingen die in het belang van het toezicht op vreemdelingen zijn gesteld. Evenmin kunnen op hen de maatregelen van uitzetting en bewaring krachtens de Vw worden toegepast (zie A2/6.2.3.1 en A2/6.2.3.4). Hun toegang, toelating en verblijf hier te lande richten zich naar de algemene regelen van volkenrecht.

Als niet-duurzaam verblijvend personeel worden aangemerkt:

a. diplomatieke en consulaire koeriers;

b. diplomatiek en consulair personeel op doorreis;

c. diplomatiek en consulair personeel met de uitgezonden status.

Ad a.

Deze vreemdelingen zijn уf beroepskoeriers уf als zodanig voor ййn reis aangewezen (zie verder A2/6.2.3.2).

Ad b.

Ten aanzien van diplomatieke en consulaire ambtenaren, hun gezinsleden en het administratief, technisch en bedienend personeel die slechts op doorreis in Nederland zijn, zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing voor zover het de doorreis naar of terugkeer van de diplomatieke zending of consulaire post in een derde land betreft.

Ad c.

Het betreft hier:

diplomatiek of consulair personeel dat is uitgezonden door de zendstaat; waar het administratief, technisch en bedienend personeel alsmede particuliere bedienden betreft: deze categorie behoudt de uitgezonden status tot tien jaar na begin van de werkzaamheden in Nederland, waarna deze status vervalt;

uitgezonden of lokaal geworven personeel, dat reeds voor 1 augustus 1987 in dienst is getreden bij een ambassade of consulaat, daar ononderbroken nog steeds werkzaam is en ervoor heeft gekozen om de uitgezonden status te behouden;

lokaal geworven personeel dat korter dan tien jaar in dienst is bij een missie en de werkzaamheden ononderbroken voortzet, wordt door het Ministerie van BuZa aangemerkt als uitgezonden personeel, indien dit personeel op het moment van indiensttreding bij de missie niet reeds een jaar of meer op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw rechtmatig in Nederland verbleef of niet gerechtigd was om in Nederland arbeid in loondienst te verrichten (deze categorie kan met ingang van 1 januari 2000 niet meer de uitgezonden status verkrijgen);

de gezinsleden, de gezinsleden van particulier bedienden uitgezonderd, van bovengenoemde categorieлn.

Van de bovenstaande drie categorieлn wordt alleen de derde categorie door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van een geprivilegieerdendocument (model M81; zie bijlage 3, onder A, derde lid VV juncto artikel 2.3 VV). Dit houdt onder meer in dat deze categorie niet behoeft te beschikken over een verblijfsvergunning, maar wel over bovengenoemd geprivilegieerdendocument, vervangend document of visum.

2.1.2. Positie na verlies van de bijzondere status

Na beлindiging van het dienstverband met een ambassade of consulaat komt de uitgezonden status van de categorieлn als genoemd onder B12/2.1.1, onder 3, te vervallen. De bepalingen van de Vw worden alsdan onverkort van toepassing op deze vreemdelingen.

2.1.2.1. Verblijfsvoorwaarden ex-geprivilegieerden

Indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.93, eerste lid, Vb juncto artikel 3.93, zesde lid, Vb kan de ex-geprivilegieerde in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw).

Indien de ex-geprivilegieerde hieraan niet voldoet, gelden artikel 14, 16 en 17 Vw onverkort.

2.1.2.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden ex-geprivilegieerden

Onder gezinsleden van (ex-)geprivilegieerden wordt verstaan die personen die door de Minister van BuZa als gezinslid van de hoofdpersoon zijn aangemerkt en die uit dien hoofde door de Minister van BuZa in het bezit werden gesteld van een geprivilegieerdendocument (zie model M81).

De verblijfsstatus van de geprivilegieerde (hoofdpersoon) is bepalend voor de status van afhankelijke gezinsleden. Zolang de hoofdpersoon de uitgezonden status behoudt, behouden ook de afhankelijke gezinsleden deze status. Indien de uitgezonden status van de hoofdpersoon komt te vervallen, vervalt tevens de uitgezonden status van de afhankelijke gezinsleden.

Verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd

Het afhankelijke gezinslid kan in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw), indien het gezinslid:

meerderjarig is op het moment van de indiening van de aanvraag;

gedurende ten minste tien jaren op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven (zie artikel 3.93, eerste lid, Vb); en

wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vw in samenhang met artikel 3.93, eerste lid, onder c, Vb, juncto artikel 3.93, zesde lid, Vb.

Verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, maar ййn of meer van de afhankelijke gezinsleden niet.

Het afhankelijke gezinslid kan dan in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) onder de beperking verband houdend met gezinshereniging bij de hoofdpersoon, indien het gezinslid:

op het moment van de indiening van de aanvraag minderjarig is; of

korter dan tien jaar op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon inNederland heeft verbleven.

In beide gevallen geldt dat moet worden voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 16 Vw (zie B1/4), in samenhang met artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van deze afhankelijke gezinsleden kan in behandeling worden genomen met vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het gestelde in artikel 3.71, tweede lid, onder c, Vb, dan wel met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb (zie in dit verband B1/4.1.1).

Indien het afhankelijke gezinslid niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw en evenmin in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon, dan kan de vreemdeling een aanvraag om eerste toelating op grond van de Vw indienen. Hierbij gelden de artikelen 14, 16 en 17 Vw onverkort.

2.2. Duurzaam verblijvend personeel

Onder duurzaam verblijvend personeel wordt per 1 januari 2000 verstaan: door de zendstaat uitgezonden personeel dat niet, zoals gebruikelijk, na enkele jaren de ontvangststaat weer verlaat, maar in Nederland zijn werkzaamheden voor ambassades of consulaten van dezelfde zendstaat, ononderbroken voortzet na tien jaar. Vreemdelingen in deze categorie ontvangen vanaf 1 januari 2000 geen legitimatiebewijs afgegeven door het Ministerie van BuZa meer. Zij dienen zich in te schrijven bij de GBA en de vreemdelingenpolitie.

Als duurzaam verblijvend personeel wordt aangemerkt:

lokaal geworven personeel (zie B12/2.2.1);

personeel dat de uitgezonden status per 1 januari 2000 verliest (zie B12/2.2.2).

2.2.1. Lokaal geworven personeel

Lokaal geworven personeel bestaat uit een tweetal categorieлn:

a. Voor 1 januari 2000 lokaal geworven personeel;

b. Vanaf 1 januari 2000 lokaal geworven personeel.

Ad a. Voor 1 januari 2000 konden diplomatieke zendingen of consulaire posten vreemdelingen lokaal werven die reeds een jaar of meer op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw rechtmatig in Nederland verbleven en gerechtigd waren arbeid, al dan niet in loondienst, te verrichten.

Ad b. Lokaal geworven personeel is op een missie werkzaam personeel dat op de lokale (Nederlandse) arbeidsmarkt is geworven en dat werkzaamheden ten behoeve van de missie verricht. Het gaat hier veelal om administratief, technisch en bedienend personeel dat niet door een zendstaat is uitgezonden. De missies kunnen vanaf 1 januari 2000 slechts personen werven op de lokale arbeidsmarkt aan wie het verrichten van arbeid in Nederland vrij is toegestaan en die rechtmatig in Nederland verblijf hebben op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw.

2.2.1.1. Verblijfsvoorwaarden lokaal geworven personeel

De bepalingen van de Vw zijn en blijven onverkort van toepassing op de twee bovengenoemde categorieлn.

2.2.1.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden

De bepalingen als genoemd in artikel 14, 16 en 17 Vw in samenhang met artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb zijn onverkort van toepassing op de toelating van gezinsleden van de twee bovengenoemde categorieлn vreemdelingen.

2.2.2. Personeel dat uitgezonden status per 1 januari 2000 verliest

Het betreft de volgende categorieлn:

a. personeel dat na 1 augustus 1987 de uitgezonden status heeft verkregen en per 1 januari 2000 reeds tien jaar werkzaam is bij een missie;

b. particulier bedienden die na 1 augustus 1987 de uitgezonden status hebben verkregen en reeds tien jaar werkzaam zijn bij een missie;

c. personeel dat al voor 1 augustus 1987 de uitgezonden status bezat en tot op heden onafgebroken werkzaamheden voor een missie verricht en ervoor heeft gekozen in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

Ad a. Het betreft door de zendstaat na 1 augustus 1987 uitgezonden administratief, technisch en bedienend personeel, dat niet zoals gebruikelijk na enkele jaren de ontvangststaat weer verlaat, maar in Nederland zijn werkzaamheden voor ambassades of consulaten van dezelfde zendstaat ononderbroken voortzet. Dit geldt mede voor lokaal geworven personen die niet onder de eerdere definitie van ˜duurzaam verblijf houdend vielen en daarom als ˜uitgezonden personeel zijn aangemerkt.

Ad b. Het gaat hier om particulier bedienden die in persoonlijke dienst van een uitgezonden medewerker (de werkgever) zijn en die na afloop van het dienstverband van de uitgezonden diplomatieke medewerker in dienst zijn getreden bij de opvolger van de vertrekkende werkgever. Voorwaarde is wel dat het salaris in de periode tussen het vertrek van de oude werkgever en de aankomst van de nieuwe werkgever wordt betaald door de missie.

2.2.2.1. Verblijfsvoorwaarden

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vw in samenhang met artikel 3.93, eerste lid juncto artikel 3.93, zesde lid, Vb (zie hieronder zelfstandige middelen) kan het personeelslid in bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Indien de vreemdeling hieraan niet voldoet, gelden de artikel 14, 16 en 17 Vw.

Voor wat betreft de zelfstandige middelen van bestaan geldt een uitzondering. Middelen van bestaan worden in ieder geval als zelfstandige middelen geaccepteerd, indien daarover door de werkgever premies sociale verzekeringen en belastingen worden afgedragen. Voor personeel dat in dienst is van een ambassade of consulaat van een andere mogendheid vindt er gййn inhouding plaats van de premies sociale verzekeringen en belastingen, omdat ambassades en consulaten ingevolge artikel 6, vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964 niet inhoudingsplichtig zijn.

Desalniettemin worden de inkomsten uit arbeid in loondienst voor werk bij een ambassade of consulaat van een andere mogendheid – ondanks dat geen premies sociale verzekeringen en belastingen zijn afgedragen – aangemerkt als zelfstandige middelen van bestaan.

2.2.2.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden

Het bepaalde in B12/2.1.2.2 is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) of voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw).

Nakomen van familie- en gezinsleden

Indien familie- of gezinsleden zich eerst bij de hoofdpersoon in Nederland willen vervoegen wanneer de hoofdpersoon reeds rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder b, Vw, dan zijn de bepalingen van B2 op deze familie- of gezinsleden van toepassing.

2.2.2.3. Inleveren geprivilegieerdendocument

Bij de afgifte van de gevraagde verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dient de vreemdeling het door het Ministerie van BuZa afgegeven identiteitsbewijs geprivilegieerden in te leveren bij de IND.

§3. Vreemdelingen werkzaam bij een internationale organisatie

3.1. Werkzaam met een geprivilegieerde verblijfsstatus

Op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin (mede) bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie, komt aan vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten voor een internationale organisatie en hun gezinsleden – tenzij anders in de Zetelovereenkomst bepaald – de uitgezonden status toe.

Deze personen worden door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van een geprivilegieerdendocument (model M81; zie bijlage 3, onder A, derde lid VV juncto artikel 2.3 VV). Dit houdt onder meer in dat zij niet behoeven te beschikken over een verblijfsvergunning. Voor wat betreft de grenscontrole en het toezicht wordt verwezen naar A2/6.2.3.3 en A2/6.2.3.4.

3.2. Categorieлn geprivilegieerden internationale organisaties

In dit verband wordt verwezen naar de internationale organisaties die in Nederland gevestigd zijn en wier personeel in aanmerking komt voor een geprivilegieerde verblijfsstatus middels de door de Minister van BuZa verstrekte identiteitskaart. Voor informatie over de internationale organisaties kan contact worden opgenomen met het Ministerie van BuZa.

3.3. Positie na verlies van de bijzondere verblijfsstatus

Na beлindiging van het dienstverband met een internationale organisatie of wanneer de betreffende vreemdeling na de periode van tien jaar op zijn verzoek (aanvraag) duurzaam een verblijfsstatus onder de Vw toegewezen heeft gekregen, komt de uitgezonden (geprivilegieerde) status op basis van de Zetelovereenkomst van de betreffende vreemdeling te vervallen. De bepalingen van de Vw worden alsdan onverkort van toepassing op deze vreemdelingen.

3.3.1. Verblijfsvoorwaarden (ex)geprivilegieerden

De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) kan op aanvraag worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die:

1. tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als:

lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie;

lid van het administratief, technisch dan wel bedienend personeel van een internationale organisatie; of

particulier bediende/huishoudelijke hulp van voornoemde categorieлn.

2. in de periode, bedoeld onder 1, niet zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven;

3. duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt;

4. geen gevaar vormt voor de openbare orde;

5. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid;

6. beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden; en

7. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken.

Ad 1.

Bij de berekening van de periode van tien aaneengesloten jaren van verblijf worden mede in aanmerking genomen de perioden waarin de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vw heeft gehad. Wel dient de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status te hebben gehad.

Het is niet van belang of de bijzondere geprivilegieerde status (de zogenoemde uitgezonden status) al dan niet door eigen toedoen verloren is gegaan.

Het verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status dient te worden aangetoond aan de hand van een originele verklaring van BuZa waaruit het verblijfsrecht als geprivilegieerde vreemdeling blijkt.

Ad 2

Zie B1/7.1.3.

Ad 3.

Voor ˜zelfstandig: zie artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1. Voor ˜voldoende: zie artikel 3.74 Vb en B1/4.3.3. Ten aanzien van de duurzaamheid van de middelen geldt ingevolge artikel 3.93, tweede lid, Vb een afwijkende bepaling. De middelen van bestaan zijn duurzaam indien zij op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend of waarop de beschikking wordt gegeven, of enig tussenliggend moment nog gedurende ten minste ййn jaar beschikbaar zijn.

Ad 4.

Ten aanzien van deze voorwaarde wordt aangesloten bij artikel 3.95 Vb. Dit betekent dat de aanvraag wordt afgewezen, indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a WvSr, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede lid, Vb. Verder is artikel 3.86 Vb van overeenkomstige toepassing (zie B1/4.4 en B1/5.3.6).

Het eerdere verblijfsrecht op grond van de bijzondere geprivilegieerde status telt niet mee bij de bepaling van de totale verblijfsduur zoals genoemd in artikel 3.86 Vb. Dit betekent dat alleen eventueel eerder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw meetelt bij de bepaling van de totale verblijfsduur.

Ad 5.

Zie B1/4.4.

Ad 6.

Zie B1/5.3.3.

Indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden 1 tot en met 5 zoals hierboven vermeld, dan wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) afgewezen. De vreemdeling zal dan, indien hij in aanmerking wil komen voor toelating tot Nederland, een aanvraag om eerste toelating op grond van de Vw moeten indienen. Hierbij gelden de artikelen 14, 16 en 17 Vw onverkort.

3.3.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden van (ex-)geprivilegieerden

Verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd

Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan op aanvraag (net als de (ex-)geprivilegieerde) in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw en artikel 3.93 Vb). Dit is ook mogelijk indien de geprivilegieerde hoofdpersoon in dienst blijft van een internationale organisatie of uit Nederland vertrekt. Dit is in tegenstelling tot de afhankelijke gezinsleden van personeelsleden van ambassades en consulaten, hun verblijfsrecht is afhankelijk van dat van de geprivilegieerde hoofdpersoon (zie B12/2.1.2.2). Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, indien het gezinslid:

1. tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als afhankelijk gezinslid van

een lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie of

als afhankelijk gezinslid van een lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van een internationale organisatie.

2. in de periode, bedoeld onder 1, niet zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven;

3. duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt;

4. geen gevaar vormt voor de openbare orde;

5. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid;

6. beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden; en

7. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken.

Voor de toelichting op de voorwaarden 1 tot en met 7 wordt verwezen naar de toelichting op deze artikelen zoals vermeld in B12/3.3.1. Verder geldt wat betreft voorwaarde 2 (middelenvereiste) dat het duurzame en zelfstandige inkomen van de hoofdpersoon wordt meegeteld, indien het gezinslid over dit inkomen kan beschikken en, indien het meerderjarig afhankelijk gezinslid als partner bij de hoofdpersoon verblijft, de hoofdpersoon een garantverklaring heeft ondertekend. Dat het gezinslid over het inkomen kan beschikken wordt aangetoond met een schriftelijke verklaring van de hoofdpersoon.

Verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

Het bepaalde in B12/2.1.2.2 met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) is van overeenkomstige toepassing.

3.3.3. Inleveren identiteitsbewijs geprivilegieerden

Bij de afgifte van de gevraagde verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dient de vreemdeling het door het Ministerie van BuZa afgegeven identiteitsbewijs geprivilegieerden in te leveren bij de IND.

3.4. NAVO

Op grond van het Verdrag van Ottawa, het Navo-statusverdrag en het Partnership for Peace-statusverdrag zijn een aantal categorieлn vreemdelingen geprivilegieerd (B12/3.4.1). Op hen zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing. Daarnaast is er een groep NAVO-vreemdelingen, die niet vallen onder voornoemde verdragen, doch met wiens verblijf wordt geacht dat een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend. De categorieлn worden genoemd in artikel 3.40 Vb. Voor deze groep niet-geprivilegieerde NAVO-vreemdelingen is een verblijfsregeling opgenomen in B12/3.4.2.

3.4.1. Geprivilegieerde NAVO-vreemdelingen

3.4.1.1. Verdrag van Ottawa

Op grond van het Verdrag van Ottawa zijn twee categorieлn vreemdelingen geprivilegieerd:

vertegenwoordigers van de lidstaten bij een der organen van de NAVO, niet zijnde een militair lichaam, onder wie ook adviseurs en technische deskundigen van delegaties, en het officieel administratief personeel dat deze vertegenwoordigers vergezelt, alsmede hun echtgenoten;

bepaalde door de organisatie vastgestelde categorieлn NAVO-functionarissen, alsmede hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde naaste familieleden die bij hen inwonen.

Het betreft hier het personeel van het NATO AEW&C Programme Management Agency, gevestigd in Brunssum en het NATO C3 Agentschap in Den Haag.

Dit personeel dat in Nederland geen militaire status heeft, is in het bezit van een geprivilegieerdendocument afgegeven door de Minister van BuZa (zie model M81 en bijlage 3, onder A, VV).

3.4.1.2. NAVO-statusverdrag en Partnership for Peace-statusverdrag

Op grond van het NAVO-statusverdrag en het daarbij behorende Hoofdkwartieren Protocol dan wel op grond van het Partnership for Peace-statusverdrag en het daarbij behorende Tweede Aanvullende Protocol, zijn militairen van een krijgsmacht van een lidstaat geprivilegieerd, indien zij verbonden zijn aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier (Joint Force Command- headquarters) of een daarmee gelijkgestelde organisatie dan wel behoren tot een hier te lande gelegerd of op doortocht zijnd onderdeel van zodanige krijgsmacht.

Deze militairen zijn in het bezit van een persoonlijk militair identiteitsbewijs, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst, en, voorzover niet hier te lande gestationeerd, van een collectieve of individuele reiswijzer, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst of door het hoofdkwartier dan wel de organisatie waarbij zij zijn te werk gesteld. Deze documenten gelden tevens als document voor grensoverschrijding (zie bijlage 3, onder E, VV).

De commandant van Joint Force Command- headquarters te Brunssum en zijn plaatsvervanger zijn in het bezit van een legitimatiebewijs afgegeven door de Minister van BuZa (zie bijlage 3, onder A, VV).

3.4.1.3. Gezinsleden

De gezinsleden van de militairen van de Joint Force Command- headquarters te Brunssum, komen op grond van artikel 14 Vw juncto artikel 3.4, derde lid, Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, voor verblijf als gezinslid van een militair die behoort tot een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier en die geprivilegieerd is. Voor wat betreft de invulling van het begrip gezinsleden wordt aangesloten naar artikel 3.40, tweede lid, Vb.

3.4.1.4. Verblijfsvoorwaarden

De gezinsleden als hier bedoeld komen in aanmerking voor verblijfsvergunning indien aan de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan (zie B1/4).

Zij zijn vrijgesteld van het legesvereiste (zie artikel 3.34b, eerste lid, onder f VV). Voor de behandeling van aanvragen om een mvv wordt verwezen naar B1/1.

3.4.1.5. Verblijfsdocument

Voor zover zij de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt, wordt aan de gezinsleden van de militairen van de Joint Force Command- headquarters voor hun verblijf een document uitgereikt als bedoeld in bijlage 7a VV.

Aan vreemdelingen jonger dan twaalf jaar kan een document als bedoeld in bijlage 7a VV worden verleend, indien geen van beide ouders van de vreemdeling in het bezit hoeft te worden gesteld van een dergelijk document.

3.4.1.6. Registratie

De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, is belast met de administratie van de gezinsleden van de militairen van de Joint Force Command- headquarters. Zij zijn, ingevolge de wet- en regelgeving van de GBA, niet verpicht voor de duur van hun verblijf te worden opgenomen in de persoonsregisters.

Voor de aanvraag van een vergunning voor verblijf is opname in de GBA van de gemeente waar zij woonachtig zijn evenwel van belang.

3.4.1.7. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift

Aan vreemdelingen als hier bedoeld wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend op grond van artikel 3.4, derde lid Vb met de beperking ˜conform beschikking Staatssecretaris, met de arbeidsmarktaantekening: ˜arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

3.4.1.8. Geldigheidsduur verblijfsvergunning

De algemene bepalingen inzake de geldigheidsduur zijn van toepassing (zie B1/3). De totale tijdsduur waarvoor de vergunning geldig is, mag de duur van de stationering van het hoofd van het gezin niet overschrijden (zie B1/3.2).

3.4.2. Niet-geprivilegieerde NAVO-vreemdelingen (artikel 3.40 Vb)

3.4.2.1. Verblijfsvoorwaarden

Vreemdelingen behorend tot ййn van de categorieлn genoemd in artikel 3.40 Vb komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw), indien aan de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan (zie B1/4).

Zij zijn vrijgesteld van het legesvereiste (zie artikel 3.34b, eerste lid, onder a, VV). Voor de behandeling van aanvragen om een mvv wordt verwezen naar B1/1.

Op de overige hier te lande woonachtige vreemdelingen, die bijvoorbeeld in dienst zijn van vreemdelingen als in artikel 3.40 Vb bedoeld, zijn de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing (zie B1/4). Tot deze categorie behoren bijvoorbeeld dienstboden, tuinlieden, kindermeisjes en chauffeurs.

3.4.2.2. Verblijfsdocument

Voor zover zij de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt, wordt aan vreemdelingen behorend tot een van deze categorieлn voor hun verblijf een document uitgereikt als bedoeld in bijlage 7a VV.

Aan vreemdelingen jonger dan twaalf jaar kan niettegenstaande het voorgaande een document als bedoeld in bijlage 7a VV worden verleend, namelijk indien geen van de beide ouders van de vreemdeling in het bezit hoeft te worden gesteld van een dergelijk document.

3.4.2.3. Registratie

De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, is belast met de administratie van de vreemdelingen bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onder b, Vb en hun gezinsleden, bedoeld in artikel 3.40, eerste lid, onder c, Vb. De bedoelde vreemdelingen zijn, ingevolge de wet- en regelgeving van de GBA, niet verplicht voor de duur van hun verblijf te worden opgenomen in de persoonsregisters.

Ten behoeve van de hier beschreven aanvraag is opname in de GBA van de gemeente waar zij woonachtig zijn evenwel van belang.

3.4.2.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift

Aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 3.40 Vb wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend met de beperking ˜verblijf als NAVO-vreemdeling, met de arbeidsmarktaantekening: ˜andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.

Aan de echtgeno(o)t(e) (zie artikel 3.40 tweede lid, onder a, Vb) wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend met de beperking ˜verblijf bij echtgeno(o)t(e)¦., met de arbeidsmarktaantekening: ˜andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.

Aan de kinderen en meerderjarige gezinsleden (zie artikel 3.40, tweede lid, onder b en c, Vb) wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend met de beperking ˜verblijf bij ¦, met de arbeidsmarktaantekening: ˜andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.

Aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 3.40, Vb die onderdaan zijn van een lidstaat van de EU/EER of van Zwitserland, wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) verleend onder de beperking: ˜verblijf als NAVO-vreemdeling. De arbeidsmarktaantekening luidt: ˜arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

3.4.2.5. Geldigheidsduur verblijfsvergunning

De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) te verlenen aan deze vreemdelingen bedraagt maximaal drie jaar. Echter, de totale tijdsduur waarvoor de vergunning geldig is, mag de duur van de tewerkstelling (indien het burgerpersoneel betreft) of de duur van de tewerkstelling dan wel stationering van het hoofd van het gezin (indien het gezins- en familieleden betreft) niet overschrijden (zie artikel 3.63 Vb).

§4. EU- en EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden

EU- en EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden die een uitgezonden status hebben, worden aangemerkt als gemeenschapsonderdanen en hebben rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder e, Vw in Nederland.

De verblijfsregeling, zoals genoemd in B12/3.4.2, geldt niet voor die vreemdelingen die als EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder e, Vw in Nederland hebben (zie B10).

Zakendoen met Rusland, Oekraine & Oost-Europa, Juridisch en Zakkelijk Advies
Adres:
Hogehilweg 19
1101 CB Amsterdam
The Netherlands
Tel:
+31 (0) 203 697 652
Fax:
+31 (0) 453 700 324
Top