Beginpagina Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering
De partners van deze website verlenen juridische en zakelijke diensten aan zowel Nederlandse als Internationale ondernemingen. Business Legal Consultancy vormt een marketing- en communicatieverlengstuk van de partners voor het verlenen van juridisch en zakelijk advies alsmede bijstand aan nationaal en internationaal opererende bedrijven.

Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering

Artikel 4.1

Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen zijn belast de ambtenaren, bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, die ingevolge een akte en proces-verbaal van beлdiging van de Procureur-generaal zijn belast met opsporing van een of meer strafbare feiten ingevolge de Wet.

Artikel 4.2

1. Als de plaatsen waar grensdoorlaatposten zijn gevestigd, zijn aangewezen de plaatsen vermeld in kolom A van bijlage 4 bij deze regeling. Personencontrole in het kader van de grensbewaking kan worden uitgevoerd op de locaties, vermeld in kolom B van bijlage 4 bij deze regeling.

2. De grensdoorlaatposten, bedoeld in het eerste lid, zijn voor het inreizen en uitreizen van personen opengesteld gedurende de tijden, vermeld in kolom C van bijlage 4 bij deze regeling.

Artikel 4.3

Het teken, bedoeld in artikel 4.9, onder a, van het Besluit, is een blauw flikkerlicht.

Artikel 4.4. Modellen bemanningslijst/passagierslijst zeeschip

1. Het model van de bemanningslijst, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid onder a, van het Besluit is opgenomen in bijlage 14a en 14b bij deze regeling. Op de bemanningslijst worden de gegevens verstrekt omtrent de familienaam, voornamen, rang, nationaliteit, geboortedatum en geboorteplaats, van zowel de gezagvoerder als van alle bij het binnenvaren van Nederland aan boord aanwezige personen die deel uitmaken van de bemanning en als zodanig op de monsterrol voorkomen.

2. Voor schepen die zijn gecertificeerd voor het vervoer van ten hoogste twaalf passagiers wordt de schriftelijke opgave, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid onder b, van het Besluit, verstrekt met het model van de passagierslijst, opgenomen in bijlage 14c en 14d bij deze regeling.

Artikel 4.5

1. Het model van de bemanningslijst, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, onder a, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 15 bij deze regeling.

2. Het model van de passagierslijst, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, onder a, van het Besluit, is opgenomen in bijlage 16 bij deze regeling.

Artikel 4.6

1. De aantekening, bedoeld in de artikelen 4.24, eerste lid, onder d, en 4.26 van het Besluit, luidt: 'aanmelden binnen drie dagen bij de korpschef te (plaats), (datum waarop de aantekening wordt gesteld, handtekening en stempel)'.

2. Het opleggen van een verplichting tot aanmelding bij de korpschef aan een vreemdeling, aan wie een bijzonder doorlaatbewijs als bedoeld in bijlage 3 onder I bij deze regeling is afgegeven, geschiedt door in dat document achter de woorden 'zich melden binnen drie dagen na afgifte van dit doorlaatbewijs bij' aan te tekenen: 'de korpschef te (plaats)'.

Artikel 4.7

1. De aantekening, bedoeld in de artikelen 4.24, eerste lid, onder f, en 4.27 van het Besluit, luidt: 'toegang geweigerd (datum) (handtekening en stempel)'.

2. De aantekening, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangevuld met een aantekening omtrent de grond waarop de weigering van toegang tot Nederland berust.

Artikel 4.8

1. De aantekening, bedoeld in de artikelen 4.24, eerste lid, onder g, en 4.28 van het Besluit, luidt: 'vertrokken/uitgezet verwijderd op (datum) (handtekening en stempel)'.

2. De aantekening, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangevuld met een aantekening omtrent de reden van de verwijdering uit Nederland.

Artikel 4.9

Voor het stellen van aantekeningen in de reis- en identiteitspapieren van de vreemdeling, bedoeld in artikel 4.29 van het Besluit, wordt gebruik gemaakt van het model dat als bijlage 7j bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 4.10

De aantekening, bedoeld in artikel 4.29 van het Besluit, omtrent het voldoen aan een verplichting tot aanmelding of vervoeging bij een korpschef ingevolge de artikelen 4.39, 4.47 tot en met 4.51 van het Besluit luidt: 'Aangemeld op (datum)'. Indien het betreft een vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, wordt de aantekening aangevuld met de zinsnede 'voor verblijf als zeeman tot (datum)'.

Artikel 4.11

1. In de reis- en identiteitspapieren van een vreemdeling wiens uitzetting gedurende enige tijd achterwege blijft, wordt een aantekening gesteld, luidende: 'vertrek voor (datum)'.

2. In de reis- en identiteitspapieren van een vreemdeling wiens uitzetting achterwege blijft hangende de beslissing op een door hem ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wordt de aantekening: 'verzoek voorlopige voorziening ingediend (datum). Arbeid is wel/niet toegestaan. Een tewerkstellingsvergunning is wel/niet verplicht. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormeld verzoek is beslist' gesteld. Tevens worden aangetekend het V-nummer en het paspoortnummer.

3. De aantekening, bedoeld in het tweede lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien de geldigheidsduur van de aantekening is verstreken voordat een beslissing is genomen op het verzoek om een voorlopige voorziening, kan de desbetreffende aantekening wederom worden gesteld met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien afwijzend is beslist, wordt de aantekening 'vervallen' geplaatst.

4. Voor de aantekeningen, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van de Sticker Aantekening Voorlopige Voorziening, waarvan het model als bijlage 7k bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 4.12

De aantekening omtrent verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder b, van het Besluit, luidt: 'verhuisd op (datum)'.

Artikel 4.13

De korpschef is bevoegd om met toepassing van artikel 4.51 van het Besluit:

a. ontheffing te verlenen van de verplichting tot periodieke aanmelding, en

b. een andere dan een wekelijkse termijn te stellen voor de verplichting tot periodieke aanmelding.

Artikel 4.14

1. De aantekening omtrent de ontheffing met toepassing van artikel 4.51, tweede lid, van het Besluit van de verplichting tot wekelijkse aanmelding, luidt: 'ontheffing verleend van de verplichting tot wekelijkse aanmelding onder de volgende beperking(en) en/of voorschrift(en) (beperkingen/voorschriften) (datum)'.

2. Indien met toepassing van artikel 4.51, tweede lid, van het Besluit een andere dan een wekelijkse termijn voor periodieke aanmelding is gesteld, wordt de aantekening gesteld 'Verplichting tot periodieke aanmelding krachtens artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit 2000', aangevuld met de periode van aanmelding en eventuele bijzonderheden.

Artikel 4.15

1. Indien met toepassing van artikel 54, tweede lid, van de Wet een individuele verplichting tot periodieke aanmelding is opgelegd, wordt de aantekening gesteld 'Verplichting tot periodieke aanmelding krachtens artikel 54, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000', aangevuld met de periode van aanmelding en eventuele bijzonderheden.

2. Indien de verplichting, bedoeld in 54, tweede lid, van de Wet, wordt opgeheven, wordt de aantekening gesteld: 'Verplichting tot periodieke aanmelding opgeheven op (datum)'.

Artikel 4.16

1. De korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats heeft, alsmede de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn bevoegd om

a. de plaats aan te wijzen waar de vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, van de Wet, zich in verband met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag om een verblijfsvergunning dient op te houden; en

b. aanwijzingen als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van de Wet, te geven.

2. De korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats heeft, is bevoegd om de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 4.38 van het Besluit, te vorderen.

3. Een vordering als bedoeld in het tweede lid wordt niet bij algemene bekendmaking gedaan dan na goedkeuring van, en volgens voorschrift te geven door, de Minister.

Zakendoen met Rusland, Oekraine & Oost-Europa, Juridisch en Zakkelijk Advies
Adres:
Hogehilweg 19
1101 CB Amsterdam
The Netherlands
Tel:
+31 (0) 203 697 652
Fax:
+31 (0) 453 700 324
Top