Beginpagina Hoofdstuk 5. Arbeid
De partners van deze website verlenen juridische en zakelijke diensten aan zowel Nederlandse als Internationale ondernemingen. Business Legal Consultancy vormt een marketing- en communicatieverlengstuk van de partners voor het verlenen van juridisch en zakelijk advies alsmede bijstand aan nationaal en internationaal opererende bedrijven.

Hoofdstuk 5. Arbeid

Hoofdstuk 5. Arbeid

§1. Inleiding

Bij artikel 3.31 Vb is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd moet worden verleend voor arbeid in loondienst, indien er geen afwijzingsgronden van toepassing zijn.

Indien aan ййn of meer verblijfsvoorwaarden niet is voldaan, of wanneer een algemene weigeringsgrond (zie artikel 16 Vw en B1/4) van toepassing is, is de Minister niet verplicht doch wel bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen. De gevallen waarin van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt worden aangegeven in deze Vc.

Arbeid in loondienst

Gelet op artikel 13, aanhef en onder b, Vw kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning slechts worden ingewilligd indien met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang is gediend.

Voor buitenlandse werknemers vindt de vaststelling daarvan plaats in de Wav (zie B5/1.2). Onder een buitenlandse werknemer wordt verstaan: een vreemdeling die in Nederland arbeid in loondienst verricht of wil (gaan) verrichten.

Het artikel 3.32 Vb stelt buiten twijfel dat geen verblijfsvergunning wordt verleend voor het verrichten van arbeid, hetzij in loondienst, hetzij als zelfstandige, die geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen, omdat daarmee a priori geen wezenlijk Nederlands belang is gediend.

Dit artikel ziet niet op gemeenschapsonderdanen.

Voor onderdanen van landen waarmee Europa-overeenkomsten zijn gesloten en die stellen dergelijke arbeid als zelfstandige te verrichten zij verwezen naar B11.

1.1. Samenhang tussen de Vw en de Wav

De verantwoordelijkheid voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van het bepaalde bij en krachtens de Vw berust bij de Minister.

De Minister van SZW heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het beleid met betrekking tot de toelating tot de Nederlandse arbeidsmarkt op grond van de Wav. Hij heeft de uitvoering van de Wav gedelegeerd aan CWI.

In de behoefte aan arbeidskrachten dient zoveel mogelijk te worden voorzien door inschakeling van het in Nederland aanwezige of redelijkerwijs te verwachten aanbod, of van het arbeidsaanbod uit de EU-lidstaten of de lidstaten van de EER, voor zover daarop het vrije verkeer van werknemers van toepassing is (zie B10). Dit is het zogenaamde prioriteitgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Op grond van de Wav is een werkgever:

degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten; of

de natuurlijke persoon die een ander huishoudelijke of persoonlijke diensten laat verrichten (zie B7).

Het artikel 2 Wav bepaalt dat het een werkgever verboden is een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder TWV.

Het werkgeversbegrip verwijst niet naar een juridische verhouding, gebaseerd op een arbeidsovereenkomst of aanstelling, maar naar de feitelijke situatie, waarbij een vreemdeling feitelijk arbeid verricht in opdracht van of voor een ander. Als gevolg van het brede werkgeversbegrip kunnen zich situaties voordoen dat een vreemdeling voor hetzelfde werk meerdere werkgevers heeft (uitzendarbeid, aanneming van werk). Indien ййn van de werkgevers al beschikt over een TWV voor het betreffende werk, behoeven andere werkgevers geen TWV aan te vragen.

De Wav voorziet in een aantal uitzonderingen op deze verbodsbepaling (zie B5/3.1).

Op grond van de Vw wordt getoetst of aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning is voldaan.

Op grond van de Wav wordt getoetst of er gronden zijn om aan de werkgever waarvoor de vreemdeling arbeid wil gaan verrichten een TWV verlenen.

De procedures die op grond van de Vw en de Wav moeten worden gevolgd hangen zeer nauw met elkaar samen en de beslissingen op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en de aanvraag om verlening van een TWV beпnvloeden elkaar (zie B5/2). Daarom is een nauwe samenwerking tussen de diensten die deze regelingen uitvoeren van belang.

§2. Buitenlandse werknemers TWV vereist

In artikel 3.31 Vb worden de verblijfsvoorwaarden voor het verrichten van arbeid in loondienst gegeven. Het gaat om de volgende voorwaarden:

TWV (zie artikel 1, onder e, Wav);

mvv (zie artikel 17 Vw in samenhang met artikel 3.71 Vb);

geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.72 Vb);

middelen van bestaan (zie artikel 3.74, onder a, Vb, als ook de uitzondering van artikel 3.31, derde lid, Vb indien de TWV is afgegeven met een geldigheidsduur van korter dan ййn jaar);

geen gevaar voor openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 3.77 en 3.78 Vb);

bereid is een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daar aan mee te werken, tenzij de uitzondering van artikel 3.18 VV van toepassing is.

De van TWV-plicht vrijgestelde categorieлn worden beschreven in B5/3.

Het niet bezitten en niet aangevraagd hebben van een voor arbeid geldige verblijfsvergunning vormt een dwingende grond om een TWV te weigeren op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, aanhef en onder 1, Wav.

Andersom zal een aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of verlenging daarvan, ingevolge de artikelen 16, eerste lid, aanhef en onder f, en 18, eerste lid, aanhef en onder g, Vw in samenhang met artikel 3.31, eerste lid, Vb, worden afgewezen, indien de vreemdeling arbeid verricht zonder dat voor die arbeid een TWV (zonder dat aan de Wav is voldaan) is verleend.

Ingevolge artikel 23 Wav wordt indien een werkgever die een vreemdeling arbeid laat verrichten in de zin van de Wav, zonder dat hij in het bezit is van de vereiste TWV, vermoed dat die vreemdeling gedurende tenminste zes maanden werkzaam is geweest voor die werkgever. Met behulp van dit rechtsvermoeden kan een vreemdeling een loonvordering instellen. Voor deze procedure in Nederland wordt aan de illegale vreemdeling echter geen verblijf toegestaan.

Van belang is de volgorde waarin de aanvragen worden ingediend en de volgorde waarin daarop wordt beslist, alsmede dat de bij de beslissingen betrokken instanties informatie met elkaar uitwisselen over de bij hen ingekomen aanvragen en hun beslissingen daarop, teneinde te voorkomen dat er een vicieuze cirkel ontstaat.

2.1. Procedure bij het IND-loket voor kennis- en arbeidsmigratie

Teneinde de doelmatigheid en de snelheid van de afhandeling te bevorderen als ook een goede afstemming van de werkprocessen bij de IND en CWI te waarborgen (zie B5/1.1), verloopt de aanvraagprocedure van de verblijfsvergunning via het centrale loket voor kennis- en arbeidsmigratie bij de IND en wordt ook de aanvraagprocedure voor de TWV door het CWI centraal afgehandeld.

De procedure ziet er als volgt uit:

De werkgever kan ten behoeve van een vreemdeling die in Nederland verblijf beoogt voor het verrichten van arbeid in loondienst, een verzoek om advies met het oog op afgifte van een mvv voor het verrichten van arbeid in loondienst indienen bij het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie door middel van het daarvoor bestemde formulier. In dit formulier zijn de documenten en gegevens opgenomen die overgelegd moeten worden ten behoeve van het advies. Dit formulier wordt door hoofd IND vastgesteld en wordt alleen via de website van de IND ter beschikking gesteld. Dit aanvraagformulier dient volledig ingevuld en voorzien van alle gevraagde gegevens en bescheiden te worden geretourneerd naar de IND.

Ten aanzien van de procedure met betrekking tot de afhandeling van dit verzoek is het bepaalde in B1/1.1.1 en B1/1.1.2 van toepassing.

Indien de vreemdeling, conform het bepaalde in B1/1.1.1 zelf de aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt deze aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie.

De werkgever dient een aanvraag om verlening van een TWV in bij het CWI.

De volgorde waarin op die aanvragen vervolgens dient te worden beslist, is als volgt: Als eerste wordt op de aanvraag om een TWV beslist door het CWI. Pas daarna wordt op het verzoek om advies met het oog op afgifte van een mvv dan wel de aanvraag om een mvv beslist.

Uitzondering

Indien duidelijk is dat de mvv moet worden geweigerd, ongeacht of er al dan niet een TWV zou moeten worden verleend, wordt de mvv meteen geweigerd en wordt niet gewacht op de beslissing op de aanvraag om verlening van een TWV. Hierbij dient met name te worden gedacht aan gevallen waarin de mvv dan wel de verblijfsvergunning moet worden geweigerd op grond van bijvoorbeeld gevaar voor de openbare orde (zie B5/7.6). Het CWI zal hierover direct worden geпnformeerd in verband met de Wav-procedure.

2.1.1. Procedure IND-loket kennis- en arbeidsmigratie voor gezinsleden

Verzoeken om advies met het oog op de afgifte van een mvv dan wel een aanvraag om een mvv in het kader van gezinshereniging met een arbeidsmigrant kunnen eveneens bij het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie worden ingediend indien:

de hoofdaanvrager (degene bij wie verblijf wordt beoogd) op grond van arbeid in loondienst verblijf in Nederland vraagt; en

de aanvragen tegelijkertijd met die van de hoofdaanvrager worden ingediend door middel van het daarvoor bestemde formulier (zie bijlage 7g VV).

Het gelijktijdig afdoen van het verzoek van gezinsleden door het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie, samen met die van de hoofdaanvrager, is voorts slechts mogelijk:

in geval van een huwelijk dat reeds bestond toen beide echtgenoten nog in het buitenland verbleven;

in geval van een relatie die reeds bestond toen beide partners nog in het buitenland verbleven;

voor de uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin;

voor de niet uit het huwelijk of de relatie geboren minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin.

Verzoeken in het kader van verruimde gezinshereniging alsmede verband houdend met adoptie en opname als pleegkind dan wel aanvragen van vreemdelingen van 65 jaar of ouder die bij hun kind(eren) willen verblijven, worden derhalve niet door het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie afgehandeld.

Voor gezinsleden gelden daarnaast de in B2 neergelegde toepasselijke voorwaarden, waaronder de legalisatie en verificatie van documenten (zie B2/8). De inschrijving van het huwelijk of geregistreerd partnerschap in de GBA (zie B2/2.8) is niet vereist bij de afgifte van de mvv. De inschrijving geldt echter wel als voorwaarde voor het verlenen van de verblijfsvergunning.

2.2. Samenhang beslissing aanvraag TWV en verblijfsvergunning

Voor verblijf in Nederland verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst dient de werkgever van de vreemdeling te beschikken over een TWV en de vreemdeling over een verblijfsvergunning. De beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd enerzijds en de beslissing op de aanvraag om een TWV anderzijds beпnvloeden elkaar. De hoofdregel is dat met de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd gewacht wordt totdat op de aanvraag om een TWV is beslist. Wordt de TWV verleend dan zal als regel ook de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend, mits ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Hierbij kunnen zich de volgende situaties voordoen:

Een weigeringsgrond of het niet voldoen aan een voorwaarde leidt tot afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd vormt ingevolge artikel 8, eerste lid onder c, Wav een dwingende weigeringsgrond voor een TWV. Door zo mogelijk direct op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te beslissen kan de ongewenste situatie worden voorkomen dat aan een vreemdeling die inmiddels op grond van een aan de werkgever op diens aanvraag verleende TWV arbeid in loondienst is gaan verrichten, nadien het verblijf moet worden ontzegd. Het gaat daarbij om aanvragen die worden afgewezen op grond van weigeringsgronden van artikel 16 Vw, zoals gevaar voor de openbare orde (zie artikelen 3.77 en 3.78 Vb) en onvoldoende middelen van bestaan. Als voorwaarde voor verlening van de verblijfsvergunning geldt ingevolge artikel 3.31, tweede lid, onder d, Vb de verplichting mee te werken aan onderzoek naar of behandeling van TBC van de ademhalingsorganen, tenzij dat wegens de nationaliteit van de vreemdeling niet is toegestaan. Indien de vereiste medewerking niet wordt gegeven, wordt de vergunning niet verleend (zie B1). In afwachting van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst plaatst de burgemeester (in de praktijk de ambtenaar burgerzaken of de ambtenaar publiekszaken) een verblijfssticker (zie bijlage 7g VV) in het paspoort of identiteitsbewijs van de vreemdeling.

De TWV wordt geweigerd. Indien de aanvraag om een TWV wordt geweigerd voordat op de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is beslist, zal als regel ook een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst worden geweigerd.

Een vreemdeling, die naar Nederland komt om arbeid in loondienst te verrichten, vraagt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst aan bij de IND. In de periode, gelegen tussen verlening van een TWV en de beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning, is het de vreemdeling toegestaan de arbeid te verrichten waarvoor de TWV is afgegeven. Zolang geen beslissing op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning is genomen, mag hij derhalve niet uit Nederland worden verwijderd. Hij verblijft dan immers rechtmatig in Nederland in de zin van artikel 8, aanhef en onder f, Vw.

Een weigering de geldigheidsduur te verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of de intrekking ervan en ook intrekking van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd vormt op grond van artikel 12, eerste lid, onder b, Wav een dwingende grond tot intrekking van de TWV. Hiervan kan op grond van artikel 12, tweede lid, Wav door de Minister van SZW na overleg met de IND worden afgeweken ten aanzien van een vreemdeling als bedoeld in artikel 8, onder h, Vw. Het betreft vreemdelingen die in afwachting van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift rechtmatig verblijf hebben indien ingevolge de Vw of een rechterlijke beslissing uitzetting achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of het beroepschrift is beslist.

Indien voor verblijf in Nederland verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst, arbeid in loondienst als practicant of arbeid in loondienst als stagiair door het CWI een TWV is afgegeven geldt voor de toetsing van het middelenvereiste het volgende. Om in aanmerking te komen voor een TWV voor het verrichten van arbeid in loondienst of arbeid in loondienst als practicant toetst het CWI of de vreemdeling zelfstandig beschikt over een bedrag minstens gelijk aan het minimumloon, bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Om in aanmerking te komen voor een TWV voor het verrichten van arbeid in loondienst als stagiair toetst het CWI of de vreemdeling zelfstandig beschikt over een bedrag minstens gelijk aan 50% van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Indien in de hiervoor genoemde gevallen ten behoeve van de vreemdeling een TWV is afgegeven, is daarmee tevens aangetoond dat is voldaan aan het vereiste om zelfstandig te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 3.74 Vb). De in hoofdstuk B1/4.3.1 genoemde bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst hoeven in deze gevallen derhalve niet overgelegd te worden.

2.3. Geldigheidsduur: relatie met de TWV

Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt verleend voor een duur die maximaal gelijk is aan de duur van de TWV (zie artikelen 3.57 en 3.59 Vb).

De maximale duur van een TWV is ingevolge artikel 11, eerste lid, Wav drie jaar.

In verband met de regel dat een vreemdeling na drie jaar bezit van een voor arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd vrij is op de arbeidsmarkt (zie artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, Wav), is het van belang dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zo veel mogelijk gelijk is aan de ingangsdatum van de TWV. Komt de duur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd na drie jaar niet overeen met de geldigheidsduur van de TWV dan dient tijdig d.w.z. voor afloop van de TWV waarvan verlening wordt beoogd, contact opgenomen te worden met de CWI om indien gewenst verlenging van de TWV aan te vragen.

2.4. Beperking

Tenzij in de onderstaande regels hiervan wordt afgeweken wordt aan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd steeds de beperking verbonden ˜arbeid in loondienst bij ... (naam werkgever).

2.5. Voorschrift

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

2.6. Arbeidsmarktaantekening

Op het verblijfsdocument wordt ingevolge artikel 4.21, vierde lid, Vb in beginsel de arbeidsmarktaantekening: ˜arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV geplaatst.

Indien een vreemdeling voor een ander doel dan het verrichten van arbeid in loondienst wordt toegelaten wordt eveneens een aantekening omtrent de arbeidsmarktpositie op het verblijfsdocument geplaatst. Deze positie is echter afhankelijk van het doel waarvoor verblijf is toegestaan. In de desbetreffende materiehoofdstukken B2 tot en met B4, alsmede B6 tot en met B16, zijn deze arbeidsmarktposities opgenomen.

§3. Buitenlandse werknemers TWV niet vereist

3.1. Vrijgestelde categorieлn vreemdelingen

Artikel 3 Wav bepaalt dat het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten niet geldt voor:

a. een vreemdeling ten aanzien van wie ingevolge bepalingen vastgesteld bij overeenkomst met andere mogendheden dan wel bij een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie een TWV niet mag worden verlangd;

b. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige, voorzover deze vreemdeling arbeid verricht als zelfstandige (zie B5/7); en

c. een vreemdeling die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.

Ad c. Ter uitvoering van c is bij Besluit uitvoering Wav een aantal categorieлn vreemdelingen en/of werkzaamheden aangewezen.

Vreemdelingen die tot ййn van de in genoemd Besluit aangewezen categorieлn behoren, kunnen aan die aanwijzing op zichzelf geen aanspraak ontlenen op verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van de door hen beoogde werkzaamheden.

3.2. Vreemdelingen met aantekening document ˜arbeid vrij toegestaan

Artikel 4 Wav bepaalt dat het verbod voor een werkgever om een vreemdeling zonder TWV arbeid te laten verrichten niet geldt voor een vreemdeling die beschikt over een vergunning welke is voorzien van een aantekening van de Minister waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid.

Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ˜Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.

Zon aantekening wordt afgegeven aan een vreemdeling:

die voor onbepaalde tijd in Nederland mag verblijven (zie B5/3.2.1);

die gedurende een ononderbroken tijdvak van drie jaar heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning en nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd (zie B5/3.2.2); of

die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie (zie B5/3.2.2);

Australische, Canadese en Nieuw-Zeelandse vreemdelingen die in het kader van uitwisseling (het Working Holiday Programme of het Working Holiday Scheme) zijn toegelaten (zie B7).

3.2.1. Verblijf voor onbepaalde tijd

Een toelating krachtens artikel 10, tweede lid, Vw (oud) wordt ingevolge artikel 115, vijfde lid, Vw aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw.

Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 of 33 Vw krijgen op hun verblijfsdocument de aantekening dat arbeid vrij is toegestaan.

3.2.2. Drie jaar bezit van een voor arbeid geldige verblijfsvergunning

Ten aanzien van een vreemdeling die drie jaar de beschikking heeft gehad over een voor arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd geldt voor de werkgever niet langer de verplichting te beschikken over een TWV. Het is hierbij niet van belang of sprake is geweest van arbeid in loondienst dan wel arbeid als zelfstandige.

Deze vreemdeling krijgt op het verblijfsdocument de aantekening ˜Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Deze wijziging wordt bij de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning doorgevoerd bij de aanvraag van het verblijfsdocument, dat wil zeggen nadat de vreemdeling drie jaar houder van de voor arbeid geldige vergunning is geweest.

3.2.3. Bij besluit aangewezen categorieлn vreemdelingen

Een aantal categorieлn vreemdelingen komt in aanmerking voor een arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ˜Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist (zie artikel 2, Besluit uitvoering Wav).

Het gaat om de volgende categorieлn van vreemdelingen:

een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw is verleend voor verblijf bij:

een in Nederland woonachtige Nederlander, of

een vreemdeling aan wie een aantekening als bedoeld in artikel 4 Wav is afgegeven;

een vreemdeling die in het verleden heeft beschikt over een krachtens de Vw afgegeven verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met daarop een aantekening dat arbeid vrij is toegestaan en nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd; en

een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw is verleend indien de vreemdeling gedurende een ononderbroken periode van zeven jaar, direct voorafgaande aan de verblijfsvergunning, werkzaam is geweest op zeeschepen die onder Nederlandse vlag varen en in Nederland zijn geregistreerd of op mijnbouwinstallaties op het Nederlands deel van het continentaal plat (zie B5/4.2.1).

Artikel 3.31 Vb staat niet de vergunningverlening in de weg aan de vreemdeling die drie jaar arbeid heeft verricht waarvoor na toetsing aan het prioritetsgenietend aanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt een TWV was afgegeven en om die reden vrij is op de arbeidsmarkt, ook indien met zijn werkzaamheden niet (langer) een wezenlijk Nederlands belang is gediend.

De verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst kan worden verleend aan een vreemdeling die in het bezit is van een arbeidsmarktaantekening ˜arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist als hij in ieder geval voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.31, tweede lid, onder b, c en e, Vb.

§4. Bijzondere categorieлn vreemdelingen

4.1. Godsdienstleraren en geestelijk voorgangers

Onder de Wav geldt voor de werkgever de verplichting te beschikken over een TWV voor de buitenlandse werknemer die werkzaamheden als godsdienstleraar of geestelijk voorganger gaat verrichten.

Vreemdelingen die verblijf als godsdienstleraar of geestelijk voorganger in Nederland beogen, moeten in het bezit zijn van een mvv. Indien zij niet in het bezit zijn van een geldige mvv voor dat doel, wordt de aanvraag afgewezen ingevolge artikel 3.71, derde lid, Vb, tenzij zij op grond van artikel 17 Vw zijn vrijgesteld.

4.1.1. Verlening van een verblijfsvergunning

Er dient te zijn voldaan aan zowel de vereisten van artikel 3.31 Vb (zie B5/2) als artikel 3.33 Vb.

De buitenlandse godsdienstleraar of geestelijk voorganger die op verzoek van een bepaalde groepering naar Nederland wil komen, komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in aanmerking, indien hij beschikt over een geldige mvv voor dat doel. Daarvoor is onder meer vereist dat die groepering dan wel de werkgever beschikt over een TWV voor het door de vreemdeling laten verrichten van werkzaamheden in die hoedanigheid. CWI beoordeelt op grond van de Wav of een TWV kan worden afgegeven. Daarnaast stelt de IND een onderzoek in of er uit het oogpunt van de openbare rust en de openbare orde bezwaar bestaat tegen het verblijf van de godsdienstleraar dan wel geestelijk voorganger in Nederland en of de betrokken groepering op wier verzoek de godsdienstleraar of geestelijk voorganger zijn werkzaamheden zal gaan uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de godsdienstleraar of geestelijk voorganger handhaaft.

Door dit onderzoek wordt voorkomen dat problemen ontstaan, voortvloeiend uit culturele, politieke of religieuze tegenstellingen.

De IND onderzoekt voorts of aan de overige voorwaarden is voldaan.

Het verblijf als godsdienstleraar en geestelijk voorganger is ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder d, Vb tijdelijk van aard, tenzij het betreft een vreemdeling die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80.

4.1.2. Beperking

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ˜verblijf als godsdienstleraar/geestelijk voorganger ten behoeve van .......... (in te vullen de met name te noemen groepering).

4.1.3. Arbeidsmarktaantekening

Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ˜TWV vereist. Andere arbeid niet toegestaan.

4.1.4. Voorschriften

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

4.1.5. Werkloosheid en arbeidsongeschiktheid

De buitenlandse godsdienstleraar of voorganger is uitgezonderd van de algemene regeling van B5/5.3 inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, omdat zijn verblijfsrecht ingevolge artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder d, Vb tijdelijk van aard is. Dit betekent dat het aan de buitenlandse godsdienstleraar of voorganger niet is toegestaan om, nadat hij zijn werkzaamheden als godsdienstleraar of voorganger heeft beлindigd, zijn verblijf hier te lande voort te zetten.

4.1.6. Wijziging van de verblijfsrechtelijke beperking

Indien een vreemdeling reeds in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland onder een andere beperking dan voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijke voorganger en vervolgens werkzaamheden als godsdienstleraar of geestelijk voorganger wil gaan verrichten, dient de beoogde nieuwe werkgever een aanvraag om een TWV te doen.

4.1.7. Gezinshereniging

Gezinsleden van een vreemdeling aan wie op grond van het vorenstaande een verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdende met het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger worden niet toegelaten tot de arbeidsmarkt.

B2 is van toepassing, met uitzondering van het beleid inzake voortgezet verblijf na verblijf in het kader van gezinshereniging (zie B16), aangezien hun verblijfsrecht tijdelijk van aard is (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a, en 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, Vb).

4.2. Nederlandse zeeschepen en mijnbouwinstallaties continentaal plat

Voor vreemdelingen die werkzaam zijn (geweest) op Nederlandse zeeschepen en boorplatformen (mijnbouwinstallaties) op het Nederlandse deel van het continentaal plat zijn enkele specifieke verblijfsregelingen opgenomen. De bijzondere voorwaarden hiervoor zijn geregeld in de artikelen 3.34 tot en met 3.38 Vb.

Afgezien van de bijzondere voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de hier bedoelde gevallen gelden steeds de algemene voorwaarden – en ook weigeringsgronden – voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.

Indien een vreemdeling beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van de onderstaande regelingen wordt hij geacht zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland te hebben verplaatst enkel omdat hij buiten Nederland arbeid verricht (zie B1/5.3.2).

Verblijfsvergunning voor het doorbrengen van verlof

Ingevolge artikel 3.37 Vb kunnen werknemers op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat, sneller in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier voor het doorbrengen van verlof in Nederland.

Met bedoelde verblijfsvergunning wordt het voor de werknemer op het continentaal plat mogelijk om binnen de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning de verlofperioden in Nederland door te brengen. Hiermee vervalt het risico van overstay, met negatieve gevolgen voor een volgende afgifte van een visum kort verblijf.

Arbeidsmartkaantekening

De werkzaamheden van de vreemdeling die in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor het doorbrengen van verlof in Nederland, vinden niet plaats op Nederlands grondgebied. Gelet hierop en gelet op de aard van de beperking die aan de hier bedoelde verblijfsvergunning is verbonden, wordt aan de verblijfsvergunning de arbeidsmarkt aantekening ˜Arbeid niet toegestaan verbonden.

Overgangsregeling

Met ingang van 1 juni 2007 is artikel 3.37 Vb gewijzigd. Gedurende een periode van zes maanden na inwerkingtreding van deze wijziging, wordt een overgangsregeling getroffen: Werknemers op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat die daar op of vууr 1 juni 2007 zijn gestationeerd worden, gedurende de werking van de overgangsregeling, vrijgesteld van het mvv-vereiste indien zij, gedurende de geldigheidsduur van hun visum kort verblijf of de duur van hun vrije termijn in Nederland, een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.37, tweede lid, Vb.

Begripsomschrijvingen

Als Nederlands zeeschip wordt aangemerkt een schip dat onder Nederlandse vlag vaart en in Nederland is geregistreerd.

Mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentale plat omvatten zowel installaties voor proefboringen als voor exploitatie. Werkzaamheden op bevoorradingsschepen van de hier bedoelde installaties vallen echter niet onder deze regeling.

Het arbeidsverleden betreft de periode dat de vreemdeling werkzaam is geweest direct voorafgaand aan het indienen van een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.

Het arbeidsverleden van buitenlandse werknemers op Nederlandse zeeschepen wordt bepaald aan de hand van het monsterboekje.

4.2.1. Werk binnen de werkingssfeer van de Wav

De vreemdeling als genoemd onder B5/4.2, die beoogt arbeid hier te lande te verrichten, komt onder bepaalde voorwaarden, vermeld in artikel 3.35, eerste en tweede lid, Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Het gaat hierbij om een verblijfsregeling voor buitenlandse wernemers die werkzaam zijn geweest aan boord van een Nederlands zeeschip of op een mijnbouwinstallatie op het Nederlands deel van het continentaal plat, en die wegens werkloosheid een uitkering krachtens de WW ontvangt (zie artikel 3.35 Vb).

De buitenlandse werknemer kan aanspraak maken op verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd overeenkomstig het algemene beleid voor buitenlandse werknemers.

4.2.2. Gezinshereniging en -vorming

Indien de vreemdeling, als genoemd onder B5/4.2, gezinshereniging of -vorming beoogt in Nederland (een verblijfsvergunning voor zijn gezinsleden op afhankelijke gronden), dient hij allereerst zelf te beschikken over een verblijfsvergunning (op zelfstandige gronden, zie artikel 3.34 Vb).

Aan gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het doorbrengen van verlof in Nederland, wordt – indien de hoofdpersoon werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat – eerst een verblijfsvergunning voor gezinshereniging verleend indien de hoofdpersoon een arbeidsverleden op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft van ten minste zeven jaar (zie artikel 3.15, derde lid, Vb).

Voor de verlening van een verblijfsvergunning aan gezinsleden van een dergelijke vreemdeling gelden vervolgens de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb (zie B2). Deze gezinsleden worden niet toegelaten tot de arbeidsmarkt. Op hen is B16 inzake voortgezet verblijf niet van toepassing, aangezien hun verblijfsrecht tijdelijk van aard is (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a, Vb en artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, Vb).

Voor het doorbrengen van verlof in Nederland dat plaatsvindt in de vrije termijn, dat wil zeggen de termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 12 Vw is toegestaan in Nederland te verblijven, is geen verblijfsvergunning vereist. In die gevallen is immers sprake van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder i, Vw (zie artikel 3.3 Vb).

Desgewenst kan de vreemdeling, als genoemd onder B5/4.2, voor het doorbrengen van verlof in Nederland in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, indien het verlof de vrije termijn overschrijdt. In dat geval is artikel 3.37 Vb van toepassing.

De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdende met het doorbrengen van verlof wordt, ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder t, Vb aangemerkt als tijdelijk van aard.

Gezinsleden van de vreemdeling aan wie op grond van het vorenstaande een verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdende met het doorbrengen van verlof in Nederland worden niet toegelaten tot de arbeidsmarkt.

Op hen is B16 inzake voortgezet verblijf niet van toepassing, aangezien hun verblijfsrecht tijdelijk van aard is (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a, en 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, Vb).

4.2.3. Werkloosheid en tijdelijke arbeidsongeschiktheid

De vreemdeling als genoemd onder B5/4.2 die een uitkering krachtens de Zorgverzekeringswet of de WW ontvangt, kan met het oog op het hervatten van werkzaamheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De beperking waaronder deze verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend is afhankelijk van de duur van het arbeidsverleden en de aard van de uitkering (zie artikel 3.35 Vb en artikel 3.38 Vb).

4.2.4. Arbeid als zelfstandige

De vreemdeling als genoemd onder B5/4.2, die beoogt arbeid anders dan in loondienst, buiten de werkingssfeer van de Wav, in Nederland te verrichten, komt ingevolge artikel 3.30, derde lid, Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indien hij beschikt over een arbeidsverleden van ten minste zeven jaar, ook indien het arbeidsverleden van zeven jaar is opgebouwd gedurende arbeid in de internationale binnenscheepvaart aan boord van Nederlandse schepen of daarmee gelijkgestelde inrichtingen of in het internationale wegtransport in dienst van een Nederlandse werkgever, voor zover dat transport vanuit of naar Nederland plaatsvindt.

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking ˜arbeid als zelfstandige (zie B5/7.10).

4.3. Internationale luchtvaart, wegtransport en binnenscheepvaart

Het algemene vreemdelingenbeleid is niet van toepassing op buitenlandse werknemers in enkele specifieke sectoren (internationale luchtvaart, het internationale wegtransport en de internationale binnenscheepvaart) van de internationale arbeidsmarkt, omdat zij niet dan wel het grootste deel van de tijd niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen daarom in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.

Een TWV is vereist indien een vreemdeling zijn hoofdverblijf binnen Nederland heeft уf een arbeidsovereenkomst met een in Nederland gevestigde werkgever уf arbeid op een binnen Nederland geregistreerd vervoermiddel verricht. In dat geval dient er ook een aanvraag voor een verblijfsvergunning/mvv te worden ingediend. Indien de TWV wordt verleend, kan een verblijfsvergunning worden afgegeven onder de beperking ˜arbeid in loondienst, met arbeidsmarktaantekening ˜Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV (zie verder B5/2). Voor de verlening van de TWV moet de vreemdeling in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf. De vreemdeling kan zich daartoe melden bij de IND. De IND plaatst vervolgens een Verblijfssticker in het paspoort of identiteitsbewijs van de vreemdeling (zie bijlage 7g VV).

De verbodsbepaling van de Wav is niet van toepassing op een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft йn geen arbeidsovereenkomst heeft met een in Nederland gevestigde werkgever йn uitsluitend arbeid verricht op buiten Nederland geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer (zie artikel 1 Besluit uitvoering Wav).

4.4. Grensoverschrijdende dienstverrichters

Artikel 3.31a Vb verschaft het verblijfskader voor vreemdelingen die als grensoverschrijdende dienstverrichter in Nederland willen verblijven.

4.4.1. Verlening van een verblijfsvergunning

Notificatieplicht

Het verbod om vreemdelingen zonder TWV te werk te stellen is op grond van artikel 1e van het Besluit uitvoering Wav niet van toepassing op werkzaamheden in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

de dienstverlener buiten Nederland is gevestigd in een land waarvoor het vrij verkeer van diensten geldt, en geen postbusonderneming is;

de werkzaamheden die de dienstverlener verricht niet bestaan uit het ter beschikking stellen van werknemers (uitzendarbeid);

de werkzaamheden voor de aanvang daarvan bij de CWI – via een standaardformulier – zijn genotificeerd.

Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, blijft een TWV vereist.

De notificatie geldt voor alle buitenlandse dienstverleners voor wie het vrij verkeer van diensten geldt, die een dienst in Nederland willen verlenen met eigen werknemers voor wie op enig moment geen vrij verkeer van werknemers met ons land geldt.

Met de CWI is afgestemd dat de IND regelmatig een lijst zal ontvangen met de gegevens van dienstverleners (inclusief bedrijfsgegevens) die hun werknemers (inclusief personalia) bij de CWI hebben aangemeld. Als de aanvrager zelf heeft aangegeven dat notificatie bij de CWI heeft plaatsgevonden, maar uit gegevens van de CWI komt naar voren dat dit niet het geval is, wordt de aanvrager op grond van artikel 4:7 Awb schriftelijk in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen.

Indien vooraf geen notificatie bij de CWI heeft plaatsgevonden, kan de aanvraag worden afgewezen.

De aanvraag wordt niet afgewezen:

indien de vreemdeling niet zelfstandig, niet duurzaam of niet over voldoende middelen van bestaan beschikt in de zin van artikel 16, eerste lid, onder c, Vw;

op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, Vw, indien de vreemdeling niet bereid is mee te werken aan onderzoek naar of behandeling van TBC, omdat de betrokken vreemdeling legaal in een andere lidstaat dan wel Zwitserse Bondsstaat is gevestigd, zijnde staten waar TBC relatief weinig voorkomt. Daarom dient aan hem het zogenoemde TBC-vereiste niet te worden gesteld.

Gevraagde bescheiden

Bij de aanvraag dient de vreemdeling de volgende bescheiden over te leggen:

een geldig document voor grensoverschrijding;

een kopie van verblijfs- en werkvergunning waaruit blijkt dat de vreemdeling gerechtigd is in het land van vestiging van de dienstverlener te verblijven en aldaar in dienst van de dienstverrichter arbeid te verrichten; en

een kopie van een arbeidsovereenkomst (met de dienstverlener).

4.4.2. Beperking

De dienstverrichter die door zijn werkgever bij de CWI is aangemeld, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: grensoverschrijdende dienstverlening bij ¦ (naam inlenend bedrijf). Deze beperking is opgenomen in artikel 3.4, eerste lid, onder z, Vb.

Het verblijfsrecht is tijdelijk van aard (zie artikel 3.5, tweede lid, onder s, Vb).

4.4.3. Arbeidsmarktaantekening

Als aantekening wordt vermeld: ˜TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan.

Verder wordt op het document de aantekening ˜beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht gesteld.

4.4.4. Geldigheidsduur

De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is gekoppeld aan de duur van de dienstverrichting, doch maximaal voor de duur van twee jaren (zie artikel 3.59b Vb).

4.4.5. Verlenging geldigheidsduur

De verblijfsvergunning kan na twee jaren verblijf als dienstverrichter in Nederland niet worden verlengd. Indien de dienstverrichter korter dan twee jaren als dienstverrichter in Nederland heeft verbleven dan kan de verblijfsvergunning wel worden verlengd, mits het totale verblijf als dienstverrichter niet langer dan twee jaren bedraagt.

4.4.6. Gezinshereniging

Gezinsleden van de dienstverrichter aan wie op grond van het vorenstaande een verblijfsvergunning is verleend, zijn niet vrijgesteld van de TWV-plicht. De arbeidsmarktaantekening luidt: ˜arbeid uitsluitend toegestaan indien de werkgever beschikt over TWV.

B2 is van toepassing, met uitzondering van de middeleneis, de TBC-keuring (tenzij het gezinslid niet verblijft in een EU/EER-land danwel Zwitserland) en het beleid inzake voortgezet verblijf na gezinshereniging (zie B16).

4.5. Stagiaires en practicanten

Artikel 3.39 Vb verschaft het verblijfskader voor vreemdelingen die als stagiair of practicant in Nederland willen verblijven.

Stagiair

Onder stagiair wordt verstaan een vreemdeling die naar Nederland komt om arbeid te verrichten die noodzakelijk is ter voltooiing van de opleiding in het land van herkomst.

Young Workers Exchange Program

Met de regering van Canada is een Memorandum van Overeenstemming gesloten inzake een uitwisselingsprogramma voor werkende jongeren (Young Workers Exchange Program). Ingevolge het Young Workers Exchange Program geldt als vereiste voor stagiairs die:

Canadees onderdaan zijn; en

woonachtig zijn in Canada; en

ten minste achttien en niet ouder dan dertig jaar zijn, dat zij studeren dan wel op het moment van de aanvraag niet langer dan twaalf maanden geleden zijn afgestudeerd. Voor stagiairs uit EU/EER-landen of Zwitserland geldt het gestelde in B10/4.2. Voor vreemdelingen uit andere landen geldt het gestelde onder B/5.2.

Practicant

Onder practicant wordt verstaan een vreemdeling die naar Nederland komt om werkervaring op te doen die voor diens toekomstig functioneren in het land van herkomst van belang is.

4.5.1. Beperkingen

Voor onderdanen die geen onderdaan zijn van de EU, de EER of de Zwitserse Bondsstaat, dient de werkgever in het bezit te zijn van een TWV.

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking ˜voor arbeid in loondienst als stagiair c.q. ˜voor arbeid in loondienst als practicant.

4.5.2. Arbeidsmarktaantekening

Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ˜specifieke arbeid toegestaan mits werkgever beschikt over TWV; andere arbeid niet toegestaan.

4.5.3. Voorschriften

Er wordt geen voorschrift tot het stellen van zekerheid verbonden aan de vergunning die wordt verleend aan stagiaires en practicanten.

4.5.4. Geldigheidsduur

Het verblijf als stagiair en practicant is ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder h, Vb tijdelijk.

De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor stagiaires beloopt maximaal ййn jaar.

De geldigheid van de verblijfsvergunning voor practicanten beloopt niet langer dan 24 weken.

4.5.5. Voortzetting van verblijf

Voor stagiaires geldt dat aanvragen om verlenging van die verblijfsvergunningen voor hetzelfde doel worden afgewezen, indien de betrokken vreemdeling ййn jaar houder ervan is geweest. Voor practicanten geldt dat aanvragen om verlenging van de verblijfsvergunning voor hetzelfde doel worden afgewezen indien zij daarvan 24 weken houder zijn geweest.

Voortzetting van verblijf voor het verrichten van arbeid als stagiair of practicant wordt niet toegestaan. Uitzondering geldt in geval van toepasselijkheid van artikel 3.52 Vb.

4.6. Gastdocent, wetenschappelijk onderzoeker, EU-actieprogramma

4.6.1. Algemeen

Ten aanzien van onbezoldigde wetenschappelijk onderzoekers, gastdocenten, en vreemdelingen die in het kader van een actieprogramma van de EU in Nederland verblijven, geldt op grond van artikel 1, onder respectievelijk onderdelen j, k en l, Besluit Uitvoering Wav dat voor hun werkzaamheden geen TWV is vereist.

4.6.2. Gastdocenten

Gastdocenten geven gastcolleges aan een universiteit, hogeschool of instelling voor hoger internationaal onderwijs, of aan een onderzoeksinstelling die gelieerd is aan, of werkzaam is op het terrein van een universiteit, hogeschool of instelling voor hoger internationaal onderwijs.

Geen TWV is vereist, indien de gastcolleges voor de duur van maximaal ййn jaar worden gegeven. Indien de duur van de gastcolleges langer dan ййn jaar zal bedragen, is voor deze werkzaamheden wel een TWV vereist.

4.6.2.1. Duurzame middelen

De middelen van bestaan zijn overeenkomstig artikel 3.75, eerste lid, Vb duurzaam, indien zij nog ййn jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. Indien de werkzaamheden korter dan ййn jaar duren, wordt de aanvraag niet afgewezen als wordt aangetoond dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor de duur van het beoogde verblijf.

4.6.2.2. Beperking

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, verleend onder de beperking ˜arbeid in loondienst.

4.6.2.3. Arbeidsmarktaantekening

Indien de duur van de gastcolleges maximaal ййn jaar bedraagt, wordt de volgende aantekening vermeld: ˜TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan.

Indien de duur van de gastcolleges langer dan ййn jaar bedraagt, wordt de aantekening vermeld: ˜arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.

4.6.2.4. Voortzetting van verblijf

Indien tijdig een aanvraag is ingediend om verlenging van de geldigheidsduur van de in dit kader voor ййn jaar verleende verblijfsvergunning is het de betrokken gastdocent toegestaan de arbeid als gastdocent voort te zetten in afwachting op de beslissing op die aanvraag, zolang op de tevens vereiste aanvraag om een TWV nog niet is beslist. In dat geval is de weigeringsgrond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder g, Vw niet van toepassing (zie B5/2 en B5/2.2).

4.6.3. Wetenschappelijk onderzoekers

De volgende wetenschappelijk onderzoekers worden in de Wav onderscheiden:

assistenten in opleiding en onderzoekers in opleiding bij een universitaire instelling;

vreemdelingen die in de postdoctorale fase voor een duur van maximaal twee jaar specifieke onderzoekstaken in lopende onderzoeksprojecten komen verrichten; en

hooggekwalificeerde onderzoekers die op voordracht van de Koninklijke academie voor Wetenschappen op basis van een tijdelijke aanstelling onderzoekswerkzaamheden komen verrichten.

Voor deze wetenschappelijk onderzoekers kan de CWI een TWV afgeven.

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene toelatingsvoorwaarden wordt voldaan, verleend onder de beperking ˜arbeid in loondienst, met arbeidsmarktaantekening: ˜arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV.

4.6.4. Onbezoldigde wetenschappelijk onderzoekers

Onbezoldigde wetenschappelijk onderzoekers zijn:

bursalen en ontvangers van stipendia die met een door of vanwege de EU, een instituut of instelling voor internationaal onderwijs of onderzoek dat door het ministerie van OCW wordt gesubsidieerd, de Nederlandse overheid of een Nederlandse onderwijs- of onderzoeksinstelling verstrekte beurs in Nederland tijdelijk onderzoek verrichten voor de duur van de beurs; of

bursalen of ontvangers van stipendia die in het kader van een bilaterale- of multilaterale overeenkomst, waarbij Nederland partij is tijdelijk onderzoek verrichten voor de duur zoals is bepaald in de bilaterale- of multilaterale overeenkomst.

4.6.4.1. Geldigheidsduur

De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van ййn jaar verleend. De verblijfsduur is afhankelijk van de duur van de beurs, doch niet langer dan vijf jaren. Na ommekomst van de maximale termijn kan de verblijfsvergunning niet worden verlengd.

4.6.4.2. Beperking

De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vw wordt verleend onder de beperking: ˜verblijf als onbezoldigde wetenschappelijk onderzoeker.

4.6.4.3. Arbeidsmarktaantekening

Als aantekening wordt vermeld: ˜TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan.

4.6.4.4. Gevraagde bescheiden

Naast de algemene vereiste bescheiden dient een bewijs te worden overgelegd waaruit blijkt dat:

een beurs is toegekend door de beursverlener. Het ministerie van OCW publiceert jaarlijks in haar begroting een overzicht van gesubsidieerde instituten en instellingen voor internationaal onderwijs respectievelijk onderzoek; of

een beurs is toegekend door de EU dan wel door de beursverlener in het kader van een bilaterale- of multilaterale overeenkomst waarbij Nederland partij is.

4.6.4.5. Middelen van bestaan

Zelfstandige inkomsten

In aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1 worden ten aanzien van onbezoldigde wetenschappelijk onderzoekers de volgende inkomsten tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel:

sponsorgelden, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. De inkomsten worden door de vreemdeling aangetoond door het overleggen van sponsorovereenkomst(en), waaruit de hoogte van de sponsorgelden en de duur van de sponsorovereenkomst(en) blijken. In geval van twijfel over de daadwerkelijke uitbetaling van de sponsorgelden kunnen ter meerdere zekerheid andere bewijsstukken worden gevraagd, waaruit blijkt dat de sponsoring daadwerkelijk plaatsvindt;

stipendia en beurzen, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. De inkomsten worden door de vreemdeling aangetoond door het overleggen van schriftelijke bewijsstukken waaruit de hoogte van de beurs of het stipendium blijkt en het tijdvak waarover de beurs of het stipendium wordt toegekend;

periodieke betalingen, mits voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de geldstroom. Deze betalingen kunnen afkomstig zijn van zowel een buiten als binnen Nederland gevestigde persoon of instelling;

inkomsten uit arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige, gewoonlijk buiten Nederland verricht. In afwijking van B1/4.3.1 worden inkomsten uit arbeid, waarbij de vreemdelingen de arbeid (gewoonlijk) buiten Nederland verricht, eveneens meegeteld, voor zover de op grond van de Nederlandse wetgeving vereiste premies en belastingen aan de Nederlandse overheid zijn afgedragen. De inkomsten uit arbeid in loondienst worden aangetoond overeenkomstig B1/4.3.1 (onder ˜bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst), met uitzondering van het overleggen van afschrift van de door de uitvoeringstelling gewaarmerkte aanmelding van de arbeidsovereenkomst. De inkomsten uit arbeid als zelfstandige worden aangetoond overeenkomstig B1/4.3.4 (onder ˜Berekening van het netto-inkomen van een gevestigde ondernemer). Voor zover de bewijsstukken zijn overgelegd in een vreemde taal, wordt verwezen naar B1/9.3.

In afwijking van B1/4.3.1 worden de volgende inkomsten in het kader van dit verblijfsdoel tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel:

– bijdragen in de vorm van subsidies, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. De inkomsten worden door de vreemdeling aangetoond door het overleggen van het subsidiebesluit, waaruit de hoogte van de subsidie en de periode waarover de subsidie wordt verleend, blijkt.

4.6.4.6. Duurzame middelen

De middelen van bestaan zijn overeenkomstig artikel 3.75, eerste lid, Vb duurzaam, indien zij nog ййn jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. Indien de werkzaamheden korter dan ййn jaar duren, wordt de aanvraag niet afgewezen als wordt aangetoond dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor de duur van het beoogde verblijf.

4.6.5. Arbeid in loondienst bilaterale of multilaterale overeenkomst

Een TWV is niet vereist, indien tijdelijk betaald onderzoek wordt verricht in het kader van een bilaterale of multilaterale overeenkomst.

4.6.5.1. Geldigheidsduur

De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van ййn jaar verleend. De verblijfsduur is afhankelijk van de duur zoals is bepaald in de bilaterale- of multilaterale overeenkomst doch niet langer dan vijf jaren. Na ommekomst van de maximale termijn kan de verblijfsvergunning niet worden verlengd.

4.6.5.2. Duurzame middelen van bestaan

De middelen van bestaan zijn overeenkomstig artikel 3.75, eerste lid, Vb duurzaam, indien zij nog ййn jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. Indien de werkzaamheden korter dan ййn jaar duren, wordt de aanvraag niet afgewezen als wordt aangetoond dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor de duur van het beoogde verblijf.

4.6.5.3. Beperking

De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vw wordt verleend onder de beperking: ˜arbeid in loondienst.

4.6.5.4. Arbeidsmarktaantekening

Als aantekening wordt vermeld: ˜TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan.

4.6.5.5. Gevraagde bescheiden

Naast de algemene vereiste bescheiden dient een bewijs te worden overgelegd waaruit blijkt dat tijdelijk betaald onderzoek wordt verricht in het kader van een bilaterale- of multilaterale overeenkomst waarbij Nederland partij is.

4.6.6. Arbeid in loondienst in kader actieprogramma van de EU

Een TWV is niet vereist, indien tijdelijk betaald werk wordt verricht voor de duur zoals is bepaald in een actieprogramma van de EU.

Het gaat hier om actieprogramma (education and training programs) van de EU, die bekend zijn gemaakt in het publicatieblad van de EU.

Voorts vallen hier de deelnemers aan uitwisselingsprogramma van de EU hieronder, bijvoorbeeld Leonardo da Vinci, Socrates of Tempus.

4.6.6.1. Duurzame middelen

De middelen van bestaan zijn overeenkomstig artikel 3.75, eerste lid, Vb duurzaam, indien zij nog ййn jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. Indien de werkzaamheden korter dan ййn jaar duren, wordt de aanvraag niet afgewezen als wordt aangetoond dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor de duur van het beoogde verblijf.

4.6.6.2. Geldigheidsduur

De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van ййn jaar verleend.

De verblijfsduur is afhankelijk van de duur zoals is bepaald in het actieprogramma van de EU, doch niet langer dan vijf jaren. Na ommekomst van de maximale termijn kan de verblijfsvergunning niet worden verlengd.

4.6.6.3. Beperking

De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vw wordt verleend onder de beperking: ˜arbeid in loondienst.

4.6.6.4. Arbeidsmarktaantekening

Als asntekening wordt vermeld: ˜TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan.

4.6.6.5. Gevraagde bescheiden

Naast de algemene vereiste bescheiden dient een bewijs te worden overgelegd waaruit blijkt dat tijdelijk betaald werk wordt verricht in het kader van een actieprogramma van de EU.

4.7. Verblijf in de vrije termijn

4.7.1. Inleiding

Het volgende heeft betrekking op vreemdelingen die verblijf binnen de zogeheten vrije termijn beogen. Te denken valt aan:

toeristen en studenten die, eventueel door bemiddeling van een uitzendbureau, in de vakantie willen werken; en

vreemdelingen die hier te lande een korte stage, van maximaal drie maanden of binnen de geldigheidsduur van het hun verleende visum, willen lopen.

Voor hen geldt hetgeen in artikel 4.42 en 4.48 Vb omtrent het voldoen aan een meldingsplicht is bepaald.

Kunnen zij aannemelijk maken dat zij naar Nederland zijn gekomen voor een tijdvak van maximaal drie maanden, te rekenen van het tijdstip van hun binnenkomst, dan hoeven zij de korpschef van het regionale politiekorps waaronder de gemeente waar zij verblijven ressorteert, niet te melden dat ze werk gaan zoeken of verrichten.

Zij genieten rechtmatig verblijf ingevolge artikel 12, tweede lid, Vw en artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb, zodat zij geen verblijfsvergunning behoeven.

De werkgever dient echter wel in het bezit te zijn van een TWV (behoudens uitzonderingen genoemd in 3). Voor de verlening van de TWV voor arbeid voor maximaal 12 weken moet de vreemdeling in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf.

Met het oog daarop kan de vreemdeling zich melden bij de IND, die hem daartoe een verblijfssticker (zie bijlage 7g VV) verstrekt.

Voor arbeid van langer dan 12 weken kan er pas een TWV worden afgegeven indien er een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd geldig voor het verrichten van arbeid in loondienst is aangevraagd.

4.7.2. Grensarbeiders

Het in B5/4.7.1 gestelde is van overeenkomstige toepassing op grensarbeiders, waaronder hier wordt verstaan in Nederland tewerkgestelde vreemdelingen die hun woonplaats hebben in Belgiл of in Duitsland waarheen zij in beginsel dagelijks, of ten minste eenmaal per week terugkeren. Het gaat daarbij met name om vreemdelingen die in Belgiл verblijf houden en in het bezit zijn van een geldige Belgische of Luxemburgse identiteitskaart voor vreemdelingen, dan wel van een Belgisch bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister.

Door het feit dat zij grensarbeid verrichten komen zij niet toe aan het tijdstip waarop zij, ingevolge het bepaalde in artikel 3.3 Vb, een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zouden moeten hebben. Ook is het gestelde in artikel 4.47 en 4.48 Vb over de aanmeldingsplicht niet van toepassing.

Voor de tewerkstelling van vreemdelingen die als grensarbeider werkzaamheden in loondienst komen verrichten dient de werkgever echter (behoudens voor de in artikel 1, aanhef en onder e, Vw bedoelde gemeenschapsonderdanen) in het bezit te zijn van een TWV.

Met het oog op de verlening van een TWV aan hun werkgever is het ook voor grensarbeiders van belang dat zij in het bezit zijn van een bewijs van rechtmatig verblijf. Zie hiervoor het gestelde onder B5/4.7.1.

Ter verkrijging van de verblijfssticker (zie bijlage 7g VV) is het in dit geval voldoende dat de vreemdeling zich ййnmaal, en wel bij de aanvang van zijn werkzaamheden als grensarbeider, bij de IND vervoegt.

4.7.3. Musici en artiesten

Het gestelde in B5/4.6 is van overeenkomstige toepassing op musici en artiesten. Ook voor hen dient de werkgever in het bezit te zijn van een TWV.

Voor musici en artiesten die incidenteel (binnen een periode van vier weken) optreden, is geen TWV vereist (zie artikel 1, onder 7°, Besluit uitvoering Wav).

4.7.4. Grensoverschrijdende dienstverrichters

Vreemdelingen die houder zijn van een geldige, door een Schengenland afgegeven verblijfstitel, zijn voor het verrichten van diensten voor een periode van maximaal drie maanden vrijgesteld van de visumplicht. Voor het verrichten van diensten gedurende deze periode hebben zij geen TWV nodig. Houders van een verblijfsvergunning van een EU/EER lidstaat, niet zijnde een Schengenlidstaat, zoals Ierland, het Verenigd Koninkrijk en de op 1 mei 2004 toegetreden lidstaten, dienen wel over een visum kort verblijf te beschikken.

4.8. Vreemdelingen werkzaam geweest als geprivilegieerde vreemdeling

Voor vreemdelingen die hier te lande werkzaam zijn geweest als geprivilegieerde vreemdeling en die na afloop daarvan hun verblijf hier te lande willen voortzetten gelden enkele bijzondere regels (zie B12).

4.9. Werknemers in de sportsector

4.9.1. Algemeen

Ook ten aanzien van werknemers in de sportsector geldt dat voor tewerkstelling op een geregelde basis in de sportsector steeds een TWV is vereist.

Alleen voor het incidenteel in Nederland deelnemen aan een wedstrijd door personen die hun hoofdverblijf buiten Nederland hebben is een uitzondering gemaakt en is een TWV niet vereist (zie artikel 1 Besluit uitvoering Wav).

4.9.2. Verlening van een verblijfsvergunning

Indien een TWV is verleend wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van de TWV onder de beperking: ˜arbeid in loondienst, met plaatsing van de aantekening: ˜arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV, mits aan de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw, nader uitgewerkt in het Vb en hoofdstuk B1/4, is voldaan. Bij de toets of met de aanwezigheid van de sporter in dat geval een wezenlijk Nederlands belang is gediend worden overeenkomstige criteria gehanteerd als bij de beoordeling of een TWV kan worden afgegeven.

4.9.3. Gezinshereniging en -vorming

Voor de verlening van een verblijfsvergunning aan gezinsleden van vreemdelingen aan wie op grond van werkzaamheden of activiteiten in de sportsector verblijf is toegestaan gelden de voorwaarden inzake gezinshereniging en -vorming zoals vermeld in B2.

4.10. Sleutelpersoneel bedrijf van land met Europa-overeenkomst

Zie B11.

4.11. Directeuren-(groot)aandeelhouders

Veelal zijn directeuren-(groot)aandeelhouders materieel te beschouwen als zelfstandigen vanwege de positie die zij binnen de onderneming innemen.

Derhalve dienen zij indien zij een belang van 25% of meer hebben in het bedrijf, ondernemingsrisico lopen en de hoogte van het salaris zelf kunnen beпnvloeden, een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aan te vragen. Indien zij niet aan deze criteria voldoen, is de procedure die geldt voor werknemers van toepassing.

4.12. EG-langdurig ingezetenen

4.12.1. Algemeen

De houder van een door een andere (eerste) lidstaat afgegeven status als EG-langdurig ingezetene, kan onder bepaalde voorwaarden voor een periode van langer dan drie maanden in Nederland (tweede lidstaat) verblijven en in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst.

4.12.2. Verlening van de verblijfsvergunning

Ingevolge artikel 3.31, vijfde lid, Vb wordt de aanvraag die is ingediend door een langdurig ingezetene niet afgewezen op gronden dat:

de langdurig ingezetene niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (zie artikel 17, eerste lid, onder h, Vw en B17);

de langdurig ingezetene niet bereid is om een onderzoek naar of de behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken (zie artikel 3.79, tweede lid, Vb en B17).

Daarnaast gelden de bepalingen zoals neergelegd in B17.

4.12.3. Gevraagde bescheiden

Bij de aanvraag dient de langdurig ingezetene, in aanvulling op het bepaalde in B17, de volgende bescheiden over te leggen:

een kopie van de TWV (aanvraag);

een volledig ingevulde en ondertekende werkgeversverklaring (niet ouder dan drie maanden); en

een kopie van een (concept) arbeidsovereenkomst waaruit (mede) het inkomen blijkt.

4.12.4. Beperking

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning zoals genoemd in B17 wordt voldaan, verleend onder de beperking ˜arbeid in loondienst.

4.12.5. Arbeidsmarktaantekening

Als aantekening wordt vermeld: Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist

De verplichting om te beschikken over een TWV blijft voor de EG-langdurig ingezetene gedurende de eerste twaalf maanden bestaan.

Verder wordt op het document de aantekening ˜beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht gesteld.

4.12.6. Geldigheidsduur

Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt verleend voor een duur die maximaal gelijk is aan de duur van de TWV (zie artikelen 3.57 en 3.59 Vb en B5/2.3).

4.12.7. Gezinshereniging

Het bepaalde in B17/3 is van overeenkomstige toepassing.

§5. Voortzetting van verblijf

5.1. Algemeen

In deze paragraaf wordt ingegaan op specifieke factoren die van invloed kunnen zijn op de verblijfsrechtelijke positie van een buitenlandse werknemer aan wie een verblijfsvergunning is verleend voor het verrichten van arbeid in loondienst. Zie voor de overige algemene gronden die kunnen leiden tot verblijfsbeлindiging B1/4.

5.2. Ongeoorloofde tewerkstelling

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan op grond van het bepaalde in artikel 19 in samenhang met 18, eerste lid, aanhef en onder g, Vw worden ingetrokken indien de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de Wav is voldaan.

Daarvan is bijvoorbeeld sprake indien de vreemdeling:

arbeid verricht zonder dat zijn werkgever in het vereiste bezit is van een TWV; of

andersoortige arbeid verricht dan die waarvoor de TWV werd verleend.

5.3. Werkloosheid

5.3.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

Werkloosheid is niet van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van de buitenlandse werknemer die houder is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

5.3.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

Werkloosheid kan wel van invloed zijn op de verblijfsrechtelijke positie van de buitenlandse werknemer die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst.

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van werkloze buitenlandse werknemers wordt niet ingetrokken wegens (onvrijwillige) werkloosheid, behalve in de onder B5/5.3.3 genoemde gevallen. De werkloze buitenlandse werknemers mogen met het oog op het verkrijgen van een nieuwe werkkring hun verblijf voortzetten voor de resterende geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Vindt de vreemdeling die niet vrij is op de arbeidsmarkt werk, dan wordt aan zijn werkgever zonder toets aan artikel 8, eerste lid onder a, b en d, Wav een TWV verleend, doch slechts voor de duur dat zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd nog geldig is. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en de TWV worden niet verlengd.

Vindt de vreemdeling die vrij is op de arbeidsmarkt werk voor nog ten minste ййn jaar, dan wordt de geldigheidsduur van zijn vergunning met ййn jaar verlengd.

Vindt de vreemdeling die vrij is op de arbeidsmarkt werk voor kortere duur, dan wordt de geldigheidsduur van zijn vergunning verlengd voor de duur van de werkzaamheden.

Slaagt de vreemdeling er niet in werk te vinden, dan wordt de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet verlengd.

5.3.3. Werkloze buitenlandse werknemers en beлindiging verblijf

Er is sprake van verwijtbare werkloosheid in de zin van artikel 3.91, aanhef en onder c, Vb onder andere in de volgende gevallen:

indien de werknemer door hem verwijtbare gedragingen is ontslagen; hiervan zal in het algemeen sprake zijn bij ontslag op staande voet dat niet wordt aangevochten of indien de vreemdeling kan worden verweten dat hij zelf ontslag heeft genomen;

indien de werknemer zich niet bij het CWI als werkzoekende heeft ingeschreven; of

indien de werknemer meermalen heeft geweigerd passende arbeid te aanvaarden.

5.4. Arbeidsongeschiktheid

Onder een buitenlandse werknemer die arbeidsongeschikt is, wordt hier verstaan de vreemdeling die een uitkering uit hoofde van de WAO/WIA geniet. Indien een zodanig arbeidsongeschikte buitenlandse werknemer met aanspraak op een uitkering uit hoofde van de WAO/WIA arbeid ingevolge de Wsw gaat verrichten blijft het beleid voor arbeidsongeschikten op hem van toepassing.

Recht op een uitkering uit hoofde van de WAO/WIA bestaat, mits de 65-jarige leeftijd nog niet is bereikt, bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 of meer, tijdens de verzekeringsperiode ontstaan, en nadat de arbeidsongeschiktheid 52 weken heeft voortgeduurd.

Gedurende de voorafgaande periode van 52 weken ontvangt de arbeidsongeschikte werknemer doorbetaling van het loon en of een uitkering uit hoofde van de ZW.

De arbeidsongeschiktheid heeft voor het verblijfsrecht van de buitenlandse werknemer de volgende consequenties.

5.4.1. Houders van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

De arbeidsongeschiktheid is niet van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van de buitenlandse werknemer die houder is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

5.4.2. Houders van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

Arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden onderscheiden in de onderstaande categorieлn:

Volledig arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers

Indien sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid waarvoor een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ontvangen, wordt een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet afgewezen wegens (voor zover hier van belang) het niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan in dat geval worden verlengd (zie artikel 3.89 Vb).

Gedeeltelijk arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers

In geval de buitenlandse werknemer echter werk in het kader van de Wsw verricht en aanspraak bestaat op een uitkering krachtens de WAO/WIA geldt hetzelfde als onder B5/5.4.3 werd vermeld.

Voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte buitenlandse werknemers die niet werken in het kader van de Wsw geldt in geval van (eveneens gedeeltelijke) werkloosheid de in B5/5.3 weergegeven regeling.

5.4.3 [Vervallen per 01-03-2007]


Tekst [Vervallen per 01-03-2007]


5.4.4 [Vervallen per 01-03-2007]


Tekst [Vervallen per 01-03-2007]


5.5. Samenwerking met CWI, UWV en de Gemeentelijke Sociale Dienst

De IND dient zich er ook bij verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van te vergewissen, of de houder van de vergunning nog werkzaam is. Dit kan niet alleen worden vastgesteld door het overleggen van een TWV, maar dient te worden aangevuld met een werkgeversverklaring.

Voor het verkrijgen van inlichtingen omtrent het ontslag van een buitenlands werknemer, diens aanspraken op een uitkering krachtens bovengenoemde wetten en de eventuele arbeidsbemiddeling, kan de IND zich ingevolge artikel 107 Vw wenden tot de CWI, de bedrijfsvereniging en de Gemeentelijke Sociale Dienst.

§6. Wettelijke maatregelen tegen illegale tewerkstelling

De Wav, de Wet op de economische delicten, het WvSr en de Vw voorzien in een aantal bepalingen om illegale tewerkstelling tegen te gaan en de tewerkstelling van buitenlandse werknemers te kunnen reguleren.

6.1. Strafbepalingen in de Vw

De werkgever kan strafbaar zijn op grond van artikel 108 Vw wegens het niet nakomen van een hem krachtens artikel 4.41 Vb door de Korpschef opgelegde verplichting tot het verstrekken van gegevens omtrent vreemdelingen (zie A3/7.3.5).

De werknemer die, zonder dat zijn werkgever over de vereiste TWV beschikt, werkt, is als zodanig niet strafbaar.

Wel kan deze werknemer, op grond van artikel 108 Vw, strafbaar zijn wegens niet-nakoming van de in artikel 4.42 Vb neergelegde verplichting aan de Korpschef van het regionale politiekorps van de gemeente waar hij verblijft, mededeling te doen van het gaan zoeken of gaan verrichten van arbeid.

6.2. Toezicht op de naleving van de Wav

Met de opsporing van overtreding van bepalingen van de Wav is naast de politie in het bijzonder belast de Arbeidsinspectie.

Indien de Arbeidsinspectie strafbare feiten constateert gevolgd door een opsporingsonderzoek, is er behoefte aan de deskundigheid van de algemene opsporingsambtenaren van politie.

De ambtenaren van politie, tevens aangewezen als ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de Wav en bovendien belast met het toezicht op de naleving van de Vw, vervullen bij gezamenlijk optreden een aanvullende rol.

Voor het toezicht op de naleving van de Wav en de opsporing van de bij of krachtens die wet strafbaar gestelde feiten, in samenhang met het toezicht op de naleving van de Vw, zijn procedures voor de samenwerking tussen de Korpschef en de ambtenaren van de Arbeidsinspectie van grote betekenis. Beide instanties dienen elkaar alle gegevens en inlichtingen te verstrekken, welke voor een juiste vervulling van hun taken van dienst kunnen zijn.

In het gezamenlijk optreden zullen de ambtenaren van de Arbeidsinspectie zich in beginsel richten op het opmaken van boeterapport tegen de werkgever. Bij het opmaken van dit boeterapport is het van belang dat de buitenlandse werknemers die, voor zover hun verblijf hier te lande illegaal is, in het algemeen zo spoedig mogelijk worden uitgezet, eerst als getuige worden gehoord.

Wanneer zich een situatie voordoet, waaruit de politie meent te kunnen concluderen dat er zich in een bepaald bedrijf illegale buitenlandse werknemers bevinden, dient de politie zich in verbinding te stellen met het kantoor van de Arbeidsinspectie te Den Haag.

De Arbeidsinspectie zal op zijn beurt een beroep doen op de Korpschef, indien bij controles in bedrijven geconstateerd is dat zich daar illegale buitenlandse werknemers bevinden. In beide gevallen ligt gezamenlijk optreden in de rede.

Indien een proces-verbaal van verhoor wordt opgemaakt wordt dit toegezonden aan de Arbeidsinspectie, waarna aan de hand van dit proces-verbaal – eventueel in nader overleg met de betrokken officier van justitie en de Korpschef – wordt beslist, of tegen de betrokken werkgever een boeterapport zal worden opgemaakt, of het bedrijf aan een nader onderzoek zal worden onderworpen.

6.3. Bijzondere maatregelen van toezicht krachtens de Vw

6.3.1. Vordering aan werkgevers tot het verstrekken van gegevens

Ter controle op werkgevers in Nederland die, zonder in het bezit te zijn van de daartoe vereiste TWV, buitenlandse werknemers in dienst hebben gehad, is bij artikel 4.41 Vb aan werkgevers de verplichting gesteld om onmiddellijk gegevens te verstrekken aan de Korpschef over vreemdelingen die bij hen in dienst zijn. De Korpschef kan daartoe bij een daartoe strekkende vordering een termijn stellen (zie A3/7.3.5).

§7. Zelfstandig beroep of bedrijf uitoefenen, inclusief horecabedrijf

7.1. Inleiding

Hier komen aan de orde de regels ten aanzien van vreemdelingen die een zelfstandig beroep of bedrijf in Nederland (willen) uitoefenen. Het gaat dus niet om het verrichten van werkzaamheden in loondienst.

Werkzaamheden anders dan in loondienst kunnen worden onderscheiden in:

het uitoefenen van een bepaald beroep zoals arts, apotheker, fysiotherapeut, beeldend kunstenaar of sportleraar; en

het uitoefenen van een bedrijf zoals een slagerij, de detailhandel, of een restaurant.

Uitgangspunt is dat in deze gevallen verblijf kan worden toegestaan, indien daarmee een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend.

Dit belang kan gelegen zijn op het terrein van de volksgezondheid, de economie, cultuur of op sociaal- economisch terrein.

Van verblijf wordt uitgesloten de vreemdeling die:

op de loonlijst van een bedrijf in Nederland staat, maar zelf nog in het buitenland woont; en

geld investeert in een bedrijf in Nederland, maar zelf verder geen ondernemersactiviteiten verricht.

Voor de beantwoording van de vraag of met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang is gediend, zal in vele gevallen het oordeel van andere ministeries van belang zijn. In geval van een kunstenaar zal het advies van de Minister van OCW moeten worden gevraagd, in geval van een sportleraar het advies van de Minister van VWS. Indien het gaat om het zelfstandig uitoefenen van een beroep of ondernemersactiviteiten zal in de regel advies moeten worden gevraagd aan de Minister van EZ. De Minister van EZ heeft een puntensysteem ontwikkeld dat de basis vormt voor het advies dat de Minister van EZ aan de IND geeft over het wezenlijk Nederlands economisch belang dat met het verblijf van de vreemdeling in Nederland wordt gediend.

Afwijkende regelingen gelden voor:

gemeenschapsonderdanen als bedoeld in artikel 1, onder e, Vw (zie B10) en onderdanen van de EU/EER en Zwitsers.

Geassocieerden (zie B11).

Amerikanen (zie B11).

7.2. Algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning

Artikel 3.30 Vb verleent de Minister de bevoegdheid onder de daar geregelde voorwaarden op aanvraag een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige te verlenen.

Indien niet aan de daar vermelde voorwaarden is voldaan, is de Minister niet bevoegd de gevraagde vergunning te verlenen en moet de aanvraag worden afgewezen, tenzij internationale verplichtingen tot verlening van de gevraagde vergunning nopen (zie artikel 13 Vw, B10 en B11). Is wel aan de voorwaarden van artikel 3.30 Vb voldaan, is de Minister bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen, doch niet verplicht. Hierna wordt aangegeven in welke gevallen van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt.

Het artikel 3.32 Vb stelt buiten twijfel dat geen verblijfsvergunning wordt verleend voor het verrichten van arbeid, hetzij in loondienst, hetzij als zelfstandige, die geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen, omdat daarmee a priori geen wezenlijk Nederlands belang is gediend. Daarom behoeft in die gevallen geen advies te worden gevraagd.

Dit artikel ziet niet op gemeenschapsonderdanen.

Voor onderdanen van landen waarmee Europa-overeenkomsten zijn gesloten en die stellen dergelijke arbeid als zelfstandige te verrichten zie B11.

Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4.

7.3. Wezenlijk Nederlands economisch belang

Om voor de uitoefening van bepaalde beroepen te worden toegelaten, gelden vaak speciale bevoegdheidsvereisten.

De vreemdeling dient aan te tonen dat hij aan de vereisten van artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder c, Vb voldoet.

Zo zal een buitenlandse arts de bevoegdheid moeten bezitten om in Nederland zijn vak uit te oefenen. Meer inlichtingen omtrent de uitoefening van medische en paramedische beroepen worden verstrekt door het Ministerie van VWS.

7.3.1. Puntensysteem

Met het oog op het werven van hooggekwalificeerde vreemdelingen die een gevraagde hoogwaardige kennisbijdrage aan onze economie kunnen leveren in de vorm van zelfstandig ondernemerschap, is een puntensysteem ontwikkeld dat de toelating van deze categorie beter mogelijk moet maken. Het puntensysteem vormt de basis voor het advies dat de Minister van EZ aan de IND geeft over de ˜wezenlijke bijdrage van de vreemdeling voor het land.

In hoofdlijnen kent het puntensysteem de volgende opzet en de volgende indeling en weging van kwaliteiten en capaciteiten. Het systeem kent drie onderdelen, te weten:

a. Persoonlijke ervaring;

b. Ondernemingsplan;

c. Toegevoegde waarde.

Totaal is voor de onderdelen gezamenlijk (a, b en c opgeteld) 300 punten te behalen terwijl tenminste 90 punten zijn vereist (met een minimum van 30 punten per onderdeel) voor een positief advies.

Verder wordt aangegeven met welke stukken en bescheiden de kwaliteiten en capaciteiten van de vreemdeling kunnen worden onderbouwd.

7.3.2. Te overleggen stukken

Ondernemingsplan

Voor de beoordeling van de aanvraag om advies aan de Minister van EZ met gebruikmaking van het puntensysteem dient de vreemdeling ten minste een volledig ondernemingsplan, eventueel aangevuld met onderliggend onderzoek dan wel analyses, referenties van kennisinstellingen, bedrijven of partijen op de markt, referenties of contacten met arbeidsmarktinstellingen, of referenties of contacten met financiлle instellingen, te overleggen.

Indien geen ondernemingsplan wordt overgelegd wordt een herstelverzuimtermijn geboden van twee weken. Indien, ook na het bieden van de herstelverzuimtermijn, geen volledig ondernemingsplan is overgelegd wordt de aanvraag, zonder voorlegging aan de Minister van EZ voor advies, afgewezen wegens het ontbreken van een wezenlijk Nederlands economisch belang.

Overige stukken

Het is de verantwoordelijkheid van de vreemdeling om zijn aanvraag te onderbouwen met stukken en aan te tonen dat hij met zijn onderneming een wezenlijke bijdrage aan de Nederlandse economie kan leveren. Ten behoeve van de toetsing aan het puntenstelsel kunnen, in aanvulling op het ondernemersplan, onder meer de volgende stukken worden overgelegd:

afschriften van behaalde diploma; de vreemdeling dient zorg te dragen voor vertaling en erkenning van de overgelegde diploma en afschriften door het Nuffic;

indien sprake is van een onderneming in het land van herkomst:

akte van oprichting en statuten onderneming;

referentie voormalige werkgever(s);

arbeidscontract(en) van voormalige dienstbetrekkingen;

getuigschriften;

referenties Nederlandse partners of contacten;

omzetgevens Nederlandse-markt;

getuigschriften Nederlandse opleiding (diploma, promotie).

Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands, Engels, Frans of Duits of te zijn vertaald door een vertaler die door de Nederlandse rechtbank is beлdigd.

7.3.3. Het ondernemingsplan

Uit het ondernemingsplan moet in ieder geval het volgende blijken:

Persoonlijke gegevens

Hieronder vallen de personalia van de vreemdeling, maar ook zijn gezins- en inkomenssituatie, financiлle verplichtingen, opleidingen (onderbouwd met behaalde diploma) en beroepservaring;

Bedrijfsgegevens

Een samenvatting van het ondernemingsplan, de branche waarin de vreemdeling gaat opereren en het bedrijf dat hij gaat oprichten. Tevens dient informatie te worden verschaft over de startdatum, de vestigingsplaats, enzovoort;

Juridische zaken

Hierbij dient aandacht te worden besteed aan zaken als de rechtsvorm van de onderneming, de handelsnaam, aanwezigheid van eventuele vestigings- en overige vergunningen, de aansprakelijkheden, de verzekeringen en de leveringsvoorwaarden;

Commercieel plan

Hierbij dient een omschrijving te worden gegeven van het type product of dienst, van de markt waarop de vreemdeling actief wil worden, wat de doelgroep is van de beoogde ondernemingsactiviteit (de afnemers), welke concurrenten er zijn, wat hun sterke en zwakke punten zijn en wat de bijzondere kenmerken van de vreemdeling dan wel van diens producten of diensten zijn. Tevens dient te worden ingegaan op de wijze waarop de vreemdeling de markt gaat bewerken (presentatie naar buiten, promotiemiddelen, wijze van adverteren, enzovoort). Eйn en ander wordt zo mogelijk onderbouwd met contracten of referenties van afnemers, afzetprognoses en dergelijke);

Managementplan

Hierbij wordt een omschrijving gegeven van de omvang van het benodigde personeel, de wijze van werven en de beoogde organisatie;

Financieel plan

Dit bevat onder andere een investeringsbegroting, een financieringsplan en een aflossingsplan (zo mogelijk onderbouwd met bankcontracten), een exploitatiebegroting en een liquiditeitsprognose.

7.4. Voldoende middelen van bestaan

Voor de uitoefening van een bedrijf is in de regel een vergunning vereist op grond van de Vestigingswet Bedrijven 1954 of de Drank- en Horecawet.

De vreemdeling dient aan te tonen dat hij aan de vereisten voor het uitoefenen van het betreffende bedrijf voldoet, als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder c, Vb.

Meer informatie over de eisen die gesteld worden aan het verkrijgen van deze vergunningen wordt verstrekt door de Kamers van Koophandel en Fabrieken.

Bevoegd tot het verlenen van vergunningen op grond van de Drank- en Horecawet is het College van Burgemeester en Wethouders van een gemeente.

In bijzondere gevallen kan ontheffing worden verleend van de verplichting om met een vergunning een bedrijf of detailhandel uit te oefenen.

Bevoegd tot het verlenen van ontheffing wat betreft de Drank- en Horecawet is de Minister van EZ.

7.4.1. Middelenvereiste

De vreemdeling dient aan te tonen dat hij door de uitoefening van zijn beroep of bedrijf kan beschikken over voldoende middelen van bestaan, gelet op artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder b, Vb en B1/4.3.4.

Zie voor de berekening van het netto-inkomen van een gevestigde ondernemer B1/4.3.4.

In geval van een aanvraag om een mvv, een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde duur of een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde duur, ingediend terwijl de vreemdeling nog niet tenminste anderhalf jaar in het bezit is van die verblijfsvergunning, geldt het volgende.

In deze gevallen kunnen de te verwachten bedrijfsresultaten inzichtelijk en aannemelijk worden gemaakt door middel van het indienen van een ondernemingsplan, omschreven in B5/7.3.3, dat ook kan worden gebruikt bij de beoordeling of met de te vestigen onderneming in Nederland en met het verblijf van de betrokken vreemdeling een wezenlijk Nederlands economisch belang is gediend, als bedoeld in B5/7.1 en B5/7.3. Het ondernemingsplan dient zodanig te zijn ingericht dat daaruit de bestaansmiddelen van de ondernemer kunnen worden afgeleid, dat wil zeggen uit de daarin mede opgenomen, te verwachten bruto en netto winst.

7.5. Vereisten voor het uitoefenen van een bepaald beroep

Om voor de uitoefening van bepaalde beroepen te worden toegelaten, gelden vaak speciale bevoegdheidsvereisten.

De vreemdeling dient aan te tonen dat hij aan de vereisten van artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder c, Vb voldoet.

Zo zal een buitenlandse arts de bevoegdheid moeten bezitten om in Nederland zijn vak uit te oefenen. Meer inlichtingen omtrent de uitoefening van medische en paramedische beroepen worden verstrekt door het Ministerie van VWS.

7.6. Vereisten voor het uitoefenen van een bedrijf

Voor de uitoefening van een bedrijf is in de regel een vergunning vereist op grond van de Vestigingswet Bedrijven 1954 of de Drank- en Horecawet.

De vreemdeling dient aan te tonen dat hij aan de vereisten voor het uitoefenen van het betreffende bedrijf voldoet, als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder c, Vb.

Meer informatie over de eisen die gesteld worden aan het verkrijgen van deze vergunningen wordt verstrekt door de Kamers van Koophandel en Fabrieken.

Bevoegd tot het verlenen van vergunningen op grond van de Drank- en Horecawet is het College van B&W van een gemeente. In bijzondere gevallen kan ontheffing worden verleend van de verplichting om met een vergunning een bedrijf of detailhandel uit te oefenen.

Bevoegd tot het verlenen van ontheffing wat betreft de Drank- en Horecawet is de Minister van EZ.

7.7. Geen gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid

Verblijf wordt geweigerd indien er sprake is van een algemene weigeringsgrond, zoals gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid, dan wel indien niet aan een algemene of bijzondere voorwaarde is voldaan (zie artikel 16 Vw en artikel 3.77 of 3.78 Vb).

Onder gevaar voor de openbare orde is mede begrepen gevaar voor openbare rust, voor de goede zeden en de internationale betrekkingen.

Er is sprake van gevaar voor, dan wel een inbreuk op, de openbare orde op grond waarvan de voortzetting van verblijf niet wordt toegestaan indien door de rechter een vrijheidsontnemende straf, taakstraf of maatregel is opgelegd (zie artikel 18 Vw en artikel 3.86 en 3.87 Vb en B1/.4.4).

7.7.1 [Vervallen per 04-01-2008]


Tekst [Vervallen per 04-01-2008]


7.8. EG-langdurig ingezetenen

Ingevolge artikel 3.30, vijfde lid, Vb kan de verblijfsvergunning voor het uitoefenen van een zelfstandig beroep of bedrijf in economische zin worden verleend aan een langdurig ingezetene, zonder dat met de arbeid als zelfstandige een wezenlijk Nederlands belang is gediend.

Daarnaast gelden de bepalingen zoals neergelegd in B17.

Voor het overige zijn de bepalingen van B5/7.1, B5/7.2, B5/7.3.3, B5/7.4 en B5/7.5 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ten behoeve van de langdurig ingezetene geen sprake hoeft te zijn van een hooggekwalificeerde vreemdeling die een hoogwaardige kennisbijdrage aan onze economie kan leveren en ook geen advies van het Ministerie van EZ hoeft te worden ingewonnen.

7.9. Aanvragen waarbij eis wezenlijk Nederlands belang niet geldt

7.9.1. Surinaamse onderdanen met verkregen rechten

Bij de vestiging van Surinaamse onderdanen die nog rechten kunnen ontlenen aan de overeenkomst inzake verblijf en vestiging van 1975 blijft een onderzoek naar de vraag of met de vestiging in Nederland een wezenlijk Nederlands economisch belang is gediend achterwege (zie B11). De aanvraag dient derhalve niet ter advisering aan de Minister van EZ te worden voorgelegd. Er dient wel voldaan te worden aan de overige algemene voorwaarden onder B5/7.2.

7.9.2. Vreemdeling werkzaam is (geweest) internationale arbeidsmarkt

Voor de vreemdelingen die onafgebroken gedurende zeven jaren werkzaam zijn (geweest) op Nederlandse schepen of boorplatformen of in het internationale wegtransport en die een aanvraag indienen voor verblijf als zelfstandige in economische zin, blijft een onderzoek naar de vraag of met de vestiging in Nederland een wezenlijk economisch belang is gediend, achterwege.

Zie artikel 3.30, derde lid, Vb en B5/4.2.4.

Onverminderd artikel 3.30 Vb geldt het vereiste dat de betrokkene een goede conduitestaat heeft (lijst die onder andere in de scheepvaart wordt gebruikt en waarin gegevens over gedrag en geschiktheid zijn opgenomen).

7.9.3. Onderdanen landen met Europa-overeenkomst

Zie B11.

7.10. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift

7.10.1. Beperking

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder de beperking: ˜arbeid als zelfstandige......(aanduiding van het beroep of bedrijf).

7.10.2. Arbeidsmarktaantekening

Op de vergunning wordt de aantekening geplaatst: ˜arbeid in loondienst alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV. Nadat de vreemdeling drie jaar houder is geweest van deze verblijfsvergunning, wordt op de vergunning de aantekening geplaatst: ˜arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Deze wijziging wordt bij de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning doorgevoerd bij de aanvraag van het verblijfsdocument, dat wil zeggen nadat de vreemdeling drie jaar houder van de voor arbeid geldige vergunning is geweest.

EU/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen

Voor de arbeidsmarktaantekeningen voor EU/ EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen wordt verwezen naar B1/2.3.1, B10/2.7 en B10/3.3.2.

7.10.3. Voorschriften

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

Zakendoen met Rusland, Oekraine & Oost-Europa, Juridisch en Zakkelijk Advies
Adres:
Hogehilweg 19
1101 CB Amsterdam
The Netherlands
Tel:
+31 (0) 203 697 652
Fax:
+31 (0) 453 700 324
Top