Beginpagina Verklaring van de Ministers en Staatssecretarissen
De partners van deze website verlenen juridische en zakelijke diensten aan zowel Nederlandse als Internationale ondernemingen. Business Legal Consultancy vormt een marketing- en communicatieverlengstuk van de partners voor het verlenen van juridisch en zakelijk advies alsmede bijstand aan nationaal en internationaal opererende bedrijven.

Verklaring van de Ministers en Staatssecretarissen

Verklaring van de Ministers en Staatssecretarissen

Op 19 juni 1990 hebben vertegenwoordigers van de Regeringen van het Koninkrijk Belgiл, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden te Schengen, in het Groothertogdom Luxemburg, ondertekend de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de Regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke binnengrenzen.

Ter gelegenheid van deze ondertekening hebben zij volgende verklaringen afgelegd:

- de Overeenkomstsluitende Partijen zijn van oordeel dat de Overeenkomst een belangrijke stap betekent met het oog op de verwezenlijking van een ruimte zonder binnengrenzen en nemen dit als uitgangspunt voor de verdere werkzaamheden van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen;

- gelet op risico's van veiligheid en illegale immigratie benadrukken de Ministers en Staatssecretarissen de noodzaak te komen tot een doeltreffende buitengrenscontrole volgens de eenvormige beginselen als bedoeld in artikel 6. De Overeenkomstsluitende Partijen dienen daartoe onder meer de harmonisatie van de werkwijze bij de controle en de grensbewaking te bevorderen met het oog op de verwezenlijking van deze eenvormige beginselen;
het Uitvoerend Comité onderzoekt voorts met het oog daarop alle voor de verwezenlijking van een uniforme doeltreffende buitengrenscontrole dienstige maatregelen en de wijze waarop deze concreet waren toe te passen. Tot deze maatregelen behoren de maatregelen tot tracering van de omstandigheden waaronder een vreemdeling het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen is binnengekomen, een gelijke werkwijze bij de beslissing bij weigering van toegang, een gemeenschappelijk handboek voor ambtenaren belast met de grensbewaking en het bevorderen van een gelijk niveau van controle aan de buitengrenzen door uitwisseling en gezamenlijke werkbezoeken.

Ter gelegenheid van deze ondertekening hebben zij voorts het besluit bevestigd van de Centrale onderhandelingsgroep een werkgroep in te stellen welke als mandaat zal hebben:

- de Centrale onderhandelingsgroep reeds vууr de inwerkingtreding van de Overeenkomst te informeren omtrent alle omstandigheden, welke voor de door de Overeenkomst bestreken materies en de inwerkingstelling van belang zijn, in het bijzonder omtrent de voortgang bij de harmonisatie van de wettelijke bepalingen in verband met de vereniging van de beide Duitse Staten;

- overleg te plegen over de eventuele effecten van deze harmonisatie en deze omstandigheden op de implementatie van de Overeenkomst;

- in het perspectief van een visum-vrij vreemdelingenverkeer reeds vууr de inwerkingtreding van de Overeenkomst concrete maatregelen te ontwikkelen en voorstellen te doen met het oog op de harmonisatie van de modaliteiten van de personencontrole aan de toekomstige buitengrenzen.

Voorts hebben de Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomstig artikel 41, lid 9, van de onderhavige Overeenkomst de volgende verklaringen afgelegd:

Het Koninkrijk der Nederlanden

Met betrekking tot de gemeenschappelijke grens van het Koninkrijk der Nederlanden met het Koninkrijk Belgiл:

Op Nederlands grondgebied dienen de bevoegde ambtenaren van het Koninkrijk Belgiл het achtervolgingsrecht - voor wat betreft de toepassing van de bevoegdheid tot staandehouding, de territoriale reikwijdte hiervan en de feiten terzake waarvan dit recht kan worden toegepast - uit te oefenen overeenkomstig het dienaangaande gestelde in artikel 27 van het Beneluxverdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken van 27 juni 1962, zoals gewijzigd bij het Protocol van 11 mei 1974.

Met betrekking tot de gemeenschappelijke grens van het Koninkrijk der Nederlanden met de Bondsrepubliek Duitsland:

Op Nederlands grondgebied dienen de bevoegde ambtenaren van de Bondsrepubliek Duitsland het achtervolgingsrecht uit te oefenen binnen een zone van 10 kilometer evenwijdig aan de gemeenschappelijke grens, alwaar zij op de openbare weg en openbare terreinen tot staandehouding van de achtervolgde persoon mogen overgaan, mits er sprake is van verdenking van of veroordeling wegens een strafbaar feit, dat uit hoofde van artikel 2, lid 1, van het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 september[1])1957 tot uitlevering aanleiding kan geven.

Het vorenstaande staat er niet aan in de weg, dat op grond van nadere regelingen, als bedoeld in lid 10 van artikel 41, de zone waarbinnen het achtervolgingsrecht kan worden uitgeoefend, aan de hand van plaatselijke omstandigheden nader wordt bepaald.

Het Koninkrijk Belgiл

Met betrekking tot de gemeenschappelijke grens met de Franse Republiek

Op het grondgebied van het Koninkrijk Belgiл dient het achtervolgingsrecht door de ambtenaren bedoeld in artikel 41, lid 7, derde streepje, als volgt te worden uitgeoefend:

a. aan de achtervolgende ambtenaren komt geen bevoegdheid tot staandehouding toe (artikel 41, lid 2, onder a.);

b. het achtervolgingsrecht wordt uitgeoefend zonder enige in afstand, noch in tijd uitgedrukte beperking (artikel 41, lid 3, onder b.);

c. het achtervolgingsrecht wordt beperkt tot ontvluchte personen en personen die op heterdaad zijn betrapt bij het plegen van een der in artikel 41, lid 4, onder a. genoemde strafbare feiten.

Met betrekking tot de gemeenschappelijke grens met de Bondsrepubliek Duitsland

Op het grondgebied van het Koninkrijk Belgiл dient het achtervolgingsrecht door de ambtenaren bedoeld in artikel 41, lid 7, tweede streepje, als volgt te worden uitgeoefend:

a. gedurende dertig minuten, te rekenen vanaf het tijdstip van grensoverschrijding, komt aan de achtervolgende ambtenaren bevoegdheid tot staandehouding toe onder de voorwaarden bedoeld in artikel 41, lid 2, onder b., leden 5 en 6;

b. het achtervolgingsrecht wordt uitgeoefend zonder enige in afstand, noch in tijd uitgedrukte beperking (artikel 41, lid 3, onder b.);

c. het achtervolgingsrecht wordt beperkt tot ontvluchte personen en personen die op heterdaad zijn betrapt bij het plegen van een der strafbare feiten die aanleiding kunnen geven tot uitlevering (artikel 41, lid 4, onder b.).

Met betrekking tot de gemeenschappelijke grenzen met het Koninkrijk der Nederlanden en met het Groothertogdom Luxemburg

Op het grondgebied van het Koninkrijk Belgiл dient het achtervolgingsrecht - voor wat betreft de bevoegdheid tot staandehouding, de territoriale reikwijdte hiervan en de betrokken feiten - te worden uitgeoefend op de wijze bepaald in artikel 27 van het Benelux-verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken van 27 juni 1962, zoals gewijzigd bij het Protocol van 11 mei 1974.

De Bondsrepubliek Duitsland

Met betrekking tot de gemeenschappelijke grens van de Bondsrepubliek Duitsland met het Koninkrijk Belgiл, met de Franse Republiek, met het Groothertogdom Luxemburg en met het Koninkrijk der Nederlanden oefenen de bevoegde ambtenaren van het Koninkrijk Belgiл, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden het achtervolgingsrecht uit zonder enige in afstand, noch in tijd uitgedrukte beperking (artikel 41, lid 3, onder b.), voor de strafbare feiten die aanleiding kunnen geven tot uitlevering (artikel 41, lid 4, onder b.) en met inbegrip van de bevoegdheid tot staandehouding (artikel 41, lid 2, onder b.).

 

De Franse Republiek

Dйclarations du Gouvernement de la Rйpublique franзaise dйfinissant les modalitйs de lapoursuite transfrontaliиre en application de l'article 41 paragraphe 9

В«Conformйment а 1'article 41 paragraphe 9 de la Convention d'application de l'Accord de Schengen du 14 juin 1985 entre les Gouvemements des Etats de l'Union йconomique Benelux, de la Rйpublique fйdйrale d'Allemagne et de la Rйpublique franзaise relatif а la suppression graduelle des contrфles aux frontiиres communes, signйe le 19 juin 1990 а Schengen, le Gouvernement de la Rйpublique franзaise, aprиs concertation avec ses partenaires, fait les dйclarations suivantes:

1. Pour la frontiиre commune de la Rйpublique franзaise et du Royaume de Belgique:
Les poursuites exercйes par les agents visйs a 1'article 41 paragraphe 7 premier tiret sur le territoire de la Rйpublique franзaise s'effectueront conformйment aux modalitйs suivantes:

a) les agents poursuivants ne disposeront pas du droit d'interpellation (article 41 paragraphe 2 point a);

b) les poursuites pourront s'exercer sans limitation dans l'espace ou dans le temps (article 41 paragraphe 3 point b);

c) les poursuites pourront s'exercer en cas de commission d'une des infractions йnumйrйes а l'article 41 paragraphe 4 point a.

2. Pour la frontiиre commune de la Rйpublique franзaise et de la Rйpublique fйdйrale d'Allemagne:
Les poursuites exercйes par les agents visйs a 1'article 41 paragraphe 7 deuxiиme tiret sur le territoire de la Rйpublique franзaise s'effectueront conformйment aux modalitйs suivantes:

a) les agents poursuivants ne disposeront pas du droit d'interpellation (article 41 paragraphe 2 point a);

b) les poursuites pourront s'exercer sans limitation dans l'espace ou dans le temps (article 41 paragraphe 3 point b);

c) les poursuites pourront s'exercer en cas de commission d'une des infractions йnumйrйes а l'article 41 paragraphe 4 point a.

3. Pour la frontiиre commune de la Rйpublique franзaise et du Grand Duchй du Luxembourg:
Les poursuites exercйes pa rles agents visйs а l'article 41 paragraphe 7 quatriиme tiret sur le territoire de la Rйpublique franзaise s'effectueront conformйment aux modalitйs suivantes:

a) les agents poursuivants ne disposeront pas du droit d'interpellation (article 41 paragraphe 2 point a);

b) les poursuites pourront s'exercer dans un rayon de 10 kilomиtres de part et d'autre de la frontiиre (article 41 paragraphe 3 point a);

c) les poursuites pourront s'exercer en cas de commission d'une des infractions йnumйrйes а l'article 41 paragraphe 4 point a.В»

Het Groothertogdom Luxemburg

Poursuite transfrontaliиre

Conformйment а l'article 41, paragraphe 9, de la Convention d'application de l'Accord de Schengen du 14 juin 1985 entre les Gouvernements des Etats de l'Union йconomique du Bйnйlux, de la Rйpublique fйdйrale d'Allemagne et de la Rйpublique franзaise, relatif а la suppression graduelle des contrфles aux frontiиres communes, signйe le 19 juin 1990 а Schengen, le Gouvernement du Grand-Duchй de Luxembourg dйpose la dйclaration suivante:

1. pour la frontiиre commune du Grand-Duchй de Luxembourg et du Royaume de Belgique:
la poursuite s'effectuera selon les modalitйs prйvues а l'article 27 du Traitй Benelux d'extradition et d'entraide judiciaire en matiиre pйnale du 27 juin 1962 tel que modifiй par le Protocole du 11 mai 1974.

2. pour la frontiиre commune du Grand-Duchй de Luxembourg et de la Rйpublique fйdйrale d'Allemagne:
la poursuite exercйe par les agents visйs а l'article 41, paragraphe 7, deuxiиme tiret, s'effectuera sur le territoire du Grand-Duchй de Luxembourg conformйment aux modalitйs suivantes:

a) les agents poursuivants disposeront du droit d'interpellation dans les conditions prйvues а l'article 41, paragraphe 2, point b, et а l'article 41, paragraphe 5 et 6;

b) la poursuite ne pourra s'exercer que dans un rayon de 10 km а partir de la frontiиre ;

c) la poursuite se limitera aux personnes йvadйes et aux personnes prises en flagrant dйlit de commission d'une des infractions reprises а l'article 41, paragraphe 4, point a.

3. pour la frontiиre commune du Grand-Duchй de Luxembourg et de la Rйpublique franзaise:
la poursuite exercйe par des agents visйs а l'article 41, paragraphe 7, troisiиme tiret, s'effectuera sur le territoire du Grand-Duchй de Luxembourg conformйment aux modalitйs suivantes:

a) les agents poursuivants ne disposeront pas du droit d'interpellation;

b) la poursuite ne pourra s'exercer que dans un rayon de 10 km а partir de la frontiиre;

c) la poursuite se limitera aux personnes йvadйes et aux personnes prises en flagrant dйlit de commision d'une des infractions reprises а l'article 41, paragraphe 4, point a.



[1]) Lees: december.

Zakendoen met Rusland, Oekraine & Oost-Europa, Juridisch en Zakkelijk Advies
Adres:
Hogehilweg 19
1101 CB Amsterdam
The Netherlands
Tel:
+31 (0) 203 697 652
Fax:
+31 (0) 453 700 324
Top